Zicht op Lago Cornisello Inferiore vanaf Rifugio Cornisello. Foto: Pieter Verbeek.

Vijftig tinten groen

Van de Brenta Dolomieten tot de Adamello-gletsjer: hoog in de bergen van de provincie Trentino liggen vijftig valleien vol natuurschoon te wachten om te worden ontdekt. Sinds afgelopen zomer zijn ze verbonden via één wandelroutenetwerk: La Via delle Valli.

“Maak je geen zorgen”, zegt Luca Vidi, eigenaar van Rifugio Cornisello, die bezig is zijn terras schoon te vegen. “Hier in de bergen verandert het licht constant.” Hij ziet mijn teleurgestelde blik als ik in de vroege ochtend het terras oploop van zijn berghut, gelegen op 2120 meter hoogte. Dikke mist is niet wat ik voor ogen had bij een wandeltocht door de Dolomieten. Ik ben uitgenodigd om twee van de vijftig valleien van La Via delle Valli te ontdekken en vandaag start mijn driedaagse tocht.

Het eerste wat me hier opvalt in de bergen is de stilte. In de mist hoor ik niks, behalve watervallen in de verte, en het geluid van vogels – zwaluwen, zwarte roodstaartjes en witte kwikstaartjes – die rond de rifugio vliegen. Luca heeft gelijk. Al snel openen de wolken zich en ontvouwt zich een prachtig uitzicht over de vallei die we vandaag gaan verkennen: Val Nambrone. Groene bergen, afgewisseld met plukjes sneeuw en grijs van het tonalietgesteente, dat zo typisch is voor deze vallei. In de verte fonkelt een blauw meer in de ontluikende ochtendzon, Lago di Cornisello inferiore. “Hopelijk laten de Brenta Dolomieten zich zo nog even zien.” Luca wijst naar de andere kant. Zijn rifugio ligt op een bergtop met aan elke kant een vallei: Val Nambrone en Val Rendena. Aan de overkant van dat laatste dal liggen de Brenta Dolomieten, sinds 2009 Unesco-Werelderfgoed. Wolken verbergen de toppen weliswaar, maar de kolossale vormen van deze ruige bergen zijn duidelijk te herkennen.

Wandelaars in Val d’Amola. Foto: Pieter Verbeek.

Wandelaars in Val d’Amola. Foto: Pieter Verbeek.

Van hut naar hut

La Via delle Valli opende in de zomer van 2025. Dit netwerk van wandelroutes verbindt vijftig valleien tussen wintersporthoofd plaats Madonna di Campiglio en het Lago d’Idro, elk met een eigen karakter. Van gezinsvriendelijke wandelingen door bergweiden tot uitdagende hikes door het hooggebergte, waarvoor je echt een gids nodig hebt. In veel van de valleien kun je overnachten in berghutten (rifugi). Daar wacht je na een lange dag wandelen door de bergen niet alleen een comfortabel bed, je kunt er ook goed eten, zo heb ik ervaren bij mijn aankomst gisteravond bij Rifugio Cornisello.

De kaart is een combinatie van Italiaanse en typische streekgerechten, zoals huisge- maakte canederli (knödels), polenta enstrangolapreti, oftewel ‘priesterwurgers’, de typische pasta met kaas en spinazie in Trentino. Deze is vernoemd naar de tijd van het Concilie van Trento in de 16de eeuw, toen monniken de pasta zo gulzig aten dat ze er bijna in stikten.

Pittige klim

Doel van de dag is Lago Vedretta, een van de hoogstgelegen meren van de omgeving. Onder begeleiding van berggids Nicola Binelli en boswachter Debora Rambaldini, ambassadeur van de vallei, passeer ik Lago di Cornisello inferiore. Nu de mist weg is, komen in de zon allerlei kleuren tevoorschijn. Het blauw, roze en geel van de alpenbloemen geven een zomers gevoel. Al snel komen we aan bij het meer, iets hoger gelegen. Hier weerspiegelen de zon en lucht in het stille azuurblauwe water, alleen doorbroken door vissen die aan de oppervlakte komen. Even voorbij het meer zien we de eerste nieuwe bordjes van La Via delle Valli.

Het blauwe Lago Cornisello superiore geeft kleur aan de bergen. Foto: Pieter Verbeek.

En dan begint de klim. Vijfhonderd meter omhooglopen naar het Lago Vedretta blijkt best pittig. Als ik eenmaal mijn adem onder controle heb, kom ik in een ritme, waarbij er geen ruimte meer is voor iets anders. Ik ben helemaal in het hier en nu, me concentrerend op waar ik mijn volgende stap zet op de rotsen en losliggende stenen. We steken een riviertje over via grote stenen. Eén misstap en ik sta tot mijn knieën in het ijskoude water. Vanaf het riviertje gaat de klim recht omhoog. Het is het allemaal waard, als ik ineens Lago Vedretta zie liggen, een halfbevroren meer op ruim 2600 meter boven zeeniveau, omringd door besneeuwde bergen.

Als we rusten en wat eten, vertelt Debora meer over Val Nambrone, de vallei waar ze opgroeide. Ze kent hier elk hoekje. “Als ik me goed wil voelen, ga ik altijd hiernaartoe. Het is hier zo stil. Voel het water, de rotsen. Je hebt niet veel nodig.”

Lees het hele artikel in Italië Magazine nr. 2 2026.

 

You may also like