Leeuwarden als één campus, de regio als proeftuin

Van Innovatielab Thialf, Data Lab Fryslan tot het Fries Klimaatlab. Er zijn in de provincie Friesland zo’n honderd Living Labs actief. Onder het motto ‘De stad als campus, de regio als proeftuin’ werkt de City Deal zowel bestuurlijk als operationeel aan de versterking van deze labs. Hoe dat eruit ziet, vertellen Roland Kuipers van hogeschool NHL Stenden en Corrie Ponne van de gemeente.

Vorig jaar hebben we Erica Schaper en Friso Douwstra geïnterviewd over de stand van zaken rond de City Deal in Leeuwarden. Ze kondigden aan dat er een lerend ecosysteem zou worden opgezet van alle living labs in de regio. Hoe staat het daarmee?

Corrie Ponne.

Ponne: “We hebben het afgelopen jaar hard gewerkt om de interactieve kaart Friesecosysteem.frl te maken. We zijn erg tevreden met het resultaat. Het is een verzameling van honderd living labs die we hebben gevonden in de provincie Friesland, en hebben verdeeld over tien categorieën. Met de kaart laten we zien wat er speelt en nodigen we andere partijen uit om aan te haken. Kom elkaar versterken, in plaats van nieuwe initiatieven op te zetten.”

Roland Jan Kuipers.

Er zijn dus honderd living labs in de provincie? Is Friesland de meest succesvolle provincie als het gaat om deze samenwerkingsvorm?
Kuipers: “Daar durf ik geen stelling over te nemen, maar we hebben er aardig wat inderdaad. Met deze City Deal hebben we dan ook gekozen om ons niet alleen op de stad Leeuwarden te richten, maar ook op het platteland. “De stad als campus, de regio als proeftuin’, is ons motto. Het bijzondere aan Leeuwarden is dat het altijd al een nauwe band heeft gehad met het ommeland. Wel zitten alle kennisinstellingen in de stad. Daarom vind je hier ook campussen als de Kenniscampus, Water Campus, de Dairy Campus en de Energie Campus.”

Ponne: “Omdat die vier campussen met elkaar verbonden zijn, zien we Leeuwarden als één grote campus. Ze zijn daarnaast gekoppeld in projecten in de regio, in de proeftuin. Hier worden resultaten gedeeld, bepaalde technieken uitgeprobeerd, nieuwe vormen van productie getest. Het is een real-life ervaring omdat het bij en samen met ondernemers gebeurt.”

Kun je concrete voorbeelden geven van succesvolle projecten?
Ponne: “Het Circulair Kwartier is een initiatief van NHL Stenden en FutureProof Retail, in samenwerking met de gemeente Leeuwarden en het Leeuwarder Ondernemersfonds (LOF). Sinds september werken elf studenten van de opleiding Ondernemerschap & Retail Management samen met winkeliers in de Nieuwe Oosterstraat in de binnenstad aan vragen waarmee ondernemers. Denk aan energievoorziening, afvalbehandeling en gezamenlijke inkoop. De studenten doen veldonderzoek om praktische oplossingen te ontwikkelen op individueel niveau en voor de winkelstraat als groter geheel. Doel: de Oosterstraat moet de meest duurzame straat van Friesland worden.”

Kuipers: “Een ander mooi project is het Toerisme Collectief Friesland. Dit is een samenwerking met NHL Stenden, Friesland College en ROC Friese Poort. Samenwerking om Friesland beter op de kaart te zetten. Hoe kunnen we de gastvrijheid economie beter laten leven, zowel financieel als door klanten aan zich te binden? In de praktijk denken studenten mee met de ondernemers.
Ponne: “Een derde project is het project Circulaire Inkoop. Met een vrij grote groep, waarbij alle drie O’s zijn betrokken, kijken we hoe inkoop anders kan worden georganiseerd. De gemeente wil daarbij optreden als launching customer. Een voorbeeld is een startup dat van oude gebruikte materialen sleeves maakt voor laptops. Als gemeente hebben we voor elke ambtenaar zo’n sleeve aangeschaft. Zo help je een start-up met de nodige eerste investeringen.”

Lees het hele interview op Agenda Stad.

Aan de slag met vergrijzing

Vergrijzing is een actueel thema in de woonwijk Tanthof, gelegen in het zuidwesten van de stad Delft. Bijna een op de vijf inwoners is 65 jaar of ouder, en dat aantal groeit. Begin deze maand trapte in de wijk een nieuw Stadslab af. Docenten en studenten van drie hoger onderwijsinstellingen in de stad gaan samen met gemeente, maatschappelijke organisaties én bewoners kijken naar de problemen, kansen en oplossingen rond vergrijzing.

De jaren ’70 en ’80 wijk kende in 1993 nog maar 3 procent 65-plussers onder haar bevolking. Nu is het aantal ‘empty nesters’ flink gegroeid, huishoudens van het eerste uur, waarvan de kinderen het huis uit zijn. “Het is de levensfase waar deze wijk in zit”, vertelt Gerben Helleman, Kennismakelaar van de City Deal Kennis Maken in Delft, en projectleider van het nieuwe Stadslab. Door de vergrijzing komen er nu nieuwe vraagstukken aan de orde in de wijk. Goed om die dus met elkaar te bekijken, is het idee daarvoor. Het Stadslab is een meerjarig, interdisciplinair onderzoekstraject, waarbij studenten met praktijkgerichte vragen aan de slag gaan. Goed voor hun ontwikkeling, maar ook voor de wijkbewoners, de maatschappelijke organisaties en de gemeente, omdat het nieuwe inzichten oplevert.

Gerben Helleman.

De afgelopen jaren hebben vanuit de City Deal ruim duizend studenten van de Haagse Hogeschool, hogeschool Inholland en de TU Delft onderzoek gedaan naar verschillende stedelijke vraagstukken. Onder andere ook in Tanthof. Het Stadslab gaat echter anders werken dan de voorgaande onderzoeken, stelt Helleman.

Wat voegt het Stadslab precies toe?
Helleman: “Naast kennis- en talentontwikkeling is het vooral mijn doelstelling om zoveel mogelijk de wijk te betrekken bij de onderzoekstrajecten. Als kennismakelaar zit ik midden in de driehoek tussen kennisinstellingen, gemeente en wijkbewoners. We hebben in de wijk Tanthof al een aantal mooie onderzoeken gestart. Zo hebben studenten bedrijfskunde de vrijwilligers van een kinderboerderij geholpen met een financieel plan en heeft een stagiair van InHolland geholpen vervoers- en verkeersstromen in kaart te brengen. Er is net een groep studenten bouwkunde van de Haagse Hogeschool begonnen in opdracht van de bewonersvereniging om te kijken hoe je het best energiebesparende maatregelen kunt realiseren bij de koopwoningen. Dit zijn echter allemaal eenmalige onderzoeken, gestart vanuit één opleiding, één kennisinstelling en met een duidelijke kop en staart. De concrete studieopdrachten leveren duidelijk plezier op voor de studenten en nieuwe inzichten. Maar er spelen complexere vraagstukken in de wijk waar je het liefst meerdere vakgebieden aan laat werken in meerjarig onderzoek. Vergrijzing is er daar één van. Vandaar dit Stadslab.”

Hoe ben je gestart met deze samenwerking?
“Ik ben begonnen met het opstellen van een kennisagenda door vragen op te halen in de wijk. Daarvoor heb ik vele gesprekken gevoerd, en heb ik gebruik gemaakt van bewonersavonden, bewonersonderzoeken en diverse statistieken. Tegelijkertijd heb ik uit mijn eigen ervaring geput. Ik ken de wijk namelijk goed, omdat ik er zelf twintig jaar heb gewoond. Mijn familie woont er nog steeds. Op basis van al die input ben ik in de tweede fase echt van start gegaan als kennismakelaar om vragen te koppelen aan docenten en studenten die ermee aan de slag kunnen gaan. Een goede kennisagenda aan het begin is daarbij echt belangrijk.”

Waarom precies?
“Bij opleidingen staan logischerwijs  de leerdoelen van de studenten bovenaan, maar wij willen dat het onderzoek ook voldoet aan de wensen en verwachtingen van de gemeente en de wijk(bewoners). We willen voorkomen dat er een groep studenten de wijk in dendert met vragenlijsten die geen toegevoegde waarde heeft voor de lokale vraagstukken. Met een kennisagenda krijg je zicht op die vragen. Als makelaar zorg ik er vervolgens voor dat de belangen van de verschillende partijen worden behartigd en dat alle verwachtingen op één lijn komen. Zo werk je toe naar een eindproduct waar iedereen wat aan heeft.”

Lees het hele artikel op Agenda Stad.

‘City Deals hebben hun waarde als instrument wel bewezen’

Dit jaar bestaat Agenda Stad vijf jaar. Inmiddels zijn er twintig City Deals gesloten in dit programma van Rijk en steden om economische groei, innovatie en leefbaarheid in de Nederlandse steden te versterken. Een mooi moment om programmamanager Frank Reniers aan het woord te laten. Want wat leveren die City Deals eigenlijk op?

Of het nu gaat om circulaire economie, klimaatadaptatie, voedselbeleid of om meer regelgeving op maat in het sociaal domein, de afgelopen jaren kwamen allerlei stedelijke vraagstukken op tafel binnen de verschillende City Deals, waarin Rijk, steden en stakeholders samenwerken. Reniers: “Het leuke van de City Deals is dat we zoeken naar transitiethema’s die nog niet bestaan in lopende organisaties. Het zijn thema’s, waar meerdere ministeries over gaan en die in meerdere steden spelen. Dit heeft tot nu toe geleid tot hele verrassende resultaten.”

Elektrische Deelmobiliteit

Afgelopen december heeft een aantal nieuwe partners de handtekening gezet om samen te werken met de City Deal Elektrische Deelmobiliteit en stedelijke gebiedsontwikkeling.

Als goed voorbeeld noemt Reniers de City Deal Elektrische Deelmobiliteit. “Er komen steeds meer mensen wonen in de steden. We willen niet dat die allemaal met een auto in de stad rijden. Daarom kijkt deze City Deal naar de bouw van appartementen waarbij de bewoners een deelauto hebben voor de deur. Die wordt opgeladen via zonnepanelen. De deelauto’s hebben een actieradius van 400 kilometer. Wat er aan het eind van de dag overblijft aan energie, gaat weer terug in het gebouw.”

Het model biedt veel voordelen, aldus Reniers: minder fijnstof, meer appartementen, minder verkeer. Maar hoe geef het je precies vorm? Bij deze City Deal zijn twee ministeries betrokken. BZK kijkt naar hoe de woontorens van het gas af kunnen, IenW bekijkt de mogelijkheden van de laadpalen en BZK past ook de bouwregelingen aan.”

Maar een gemeente wil niet weten wie precies waarover gaat, stelt Reniers. “Die wil dit probleem aan de voorkant opgelost zien. Daarom is deze City Deal een samenwerking van tien steden, twee ministeries, projectontwikkelaars en leveranciers van elektrische deelauto’s. Met elkaar zoeken ze uit welke auto’s geschikt zijn, wat voor abonnement mogelijk is en welke regelgeving nodig is. Als het werkt dan kunnen we het gaan opschalen naar meerdere steden. Dat vind ik het mooie aan City Deals. Je kijkt eerst of iets werkt en dan pas komt er geld aan te pas. Voor Elektrische Deelmobiliteit is onlangs subsidie van 5 miljoen vrijgemaakt om te kijken hoe we dit ook kunnen uitrollen op het platteland.”

Lees het hele artikel op Agenda Stad.