Duurzame landbouw laat Denizli weer bloeien

Toen de Turkse overheid in de jaren ’80 van de vorige eeuw stopte met de staatsproductie van tabak moesten de boeren in de bergen van Denizli op zoek naar een andere bron van inkomsten. Met de hulp van de Kütaş Group vonden ze die in de duurzame productie van oregano. ‘Jonge mensen zien weer een toekomst in landbouw.’

De Denizli regio ligt drie uur rijden oostelijk van de stad Izmir. Dit bergachtige gebied bestaat uit kleine bergdorpjes en ligt op een hoogte van tussen de 600 en 1200 meter. Nadat de tabaksproductie eind vorige eeuw aan zijn eind kwam moesten de achtduizend kleinschalige boeren in de regio op zoek naar een alternatief.

Oregano als alternatief

“We introduceerden oregano als commercieel levensvatbaar gewas”, vertelt Kazim Gürel, President van de Kütaş Group, die haar thuis heeft in Izmir. De meerderheid van de boeren in de Denizli-regio werkt nu voor ons met oregano. Met dit kruid als alternatief hebben we eigenlijk de regio geholpen te overleven. We hebben banen teruggebracht in de dorpen en zo de trek naar de stad helpen voorkomen, die je vaak ziet in kleine dorpen zoals deze in Denizli. Dankzij de oreganoproductie zijn de dorpen weer levendig. Oregano is een sterke economische factor in de regio gebleken en vormt nu de belangrijkste inkomstenbron voor 25 dorpen. In 2016 werd in de regio op 11.000 ha zo’n 12.000 ton oregano verbouwd. Deze productie zorgt voor banen, inkomsten en levensstijl. De boeren, maar ook de jongeren, kunnen nieuwe huizen, tractoren en auto’s kopen. Dankzij oregano kunnen ze onderwijs betalen voor hun kinderen. Jonge mensen zien weer een toekomst in landbouw en mensen zijn weer trots op wat ze produceren. Dit is een geweldige vorm van duurzaamheid.”

Oreganovelden in bloei in Denizli.

Rainforest Alliance certificering

Samen met de Kütaş Group werken de boeren nu om hun landbouwmethoden te veranderen richting duurzaamheid en Rainforest Alliance certificering. De Kütaş Group heeft al sinds twee jaar de certificering voor de eigen boerderij die anderhalf uur rijden van Izmir af ligt. Duurzaamheid speelde altijd al een belangrijke rol in het beleid van het bedrijf, dat in 1980 werd opgezet door de familie Gürel, een vierde generatie familie uit Izmir met wortels in de tabaksindustrie. De kennis en ervaring gebruikte ze voor de productie van laurier. Begonnen als één-kamerproject kende het jonge bedrijf al na het eerste seizoen succes, met een productie van twee ton aan laurier.

Gürel: “We waren klein maar bewapend met het juiste idee: om continu te streven naar de hoogste kwaliteit en klanttevredenheid.” De groei van de nieuwe kruiden- en specerijen producent was gestaag en binnen 20 jaar groeide Kütaş uit tot de grootste verwerker van de Mediterrane specerijen ter wereld. Haar vlaggenschip daarbij werd oregano.

Kütaş is nu dan ook, met meer dan 50 procent aandeel van de wereldmarkt, de grootste producent en aanbieder van dit bekende kruid, dat je voor zoveel doelen kunt gebruiken. Natuurlijk is het vooral bekend als smaakmaker voor Italiaanse, Turkse en Griekse gerechten, maar het speelt ook een belangrijke rol in de productie van cosmetica en medicijnen. Turkije is een van de grootste producenten van oregano, en daarvan komt 30 procent van Kütaş. De oregano die wordt geëxporteerd uit Turkije is niet altijd even puur. Vaak wordt het gemengd met gedroogde olijfblaadjes. Als je kijkt naar de export van pure oregano, verzorgt Kütaş de helft van de productie. De Kütaş oregano wordt wereldwijd verkocht aan bekende voedselproducenten, van Japan, VS tot Europa.

Duurzame landbouw

Er zijn talloze uitdagingen in de productie van duurzame oregano, maar het vermengen met gedroogde olijfblaadjes om meer winst te maken, is een van de grootste. Het komt overigens ook bij de productie van andere Mediterrane specerijen voor.

Pure oregano is dan ook echt een specialiteit, stelt Gürel. “Mensen vinden het steeds meer en meer belangrijk waar hun product vandaan komt. Traceerbaarheid is een groeiende trend onder consumenten. Het helpt dan ook niet dat er gesjoemeld wordt met de specerijen. Meer dan de helft van de oregano die wordt geëxporteerd is aangevuld met olijfblaadjes. Bewustzijn van origine en puurheid bestaat vooral onder high-end bedrijven, die al een goede reputatie hebben. Het heeft nog niet de mainstream bereikt. Maar het groeit wel. Rainforest Alliance helpt ons om de hele keten meer transparant te maken. Een goed landbouwproduct is het allerbelangrijkst, maar de hele keten moet helder zijn. De preventie van vervalsing is essentieel voor de verdere verduurzaming van de kleinschalige boeren. Als het vermengen met olijfblaadjes en andere blaadjes wordt tegengegaan zouden ze twee keer zoveel oregano kunnen produceren, en nog meer mensen in de regio zouden ervan profiteren.”

Daarom is Gürel de Kütaş Herb Club gestart om leden een belangrijke stimulans te geven, financieel als via educatie en certificering. “Rainforest Alliance certificering is echt iets waar de boeren naar streven. Het brengt hen discipline. certificering is als een kroon die ze kunnen verdienen en dan trots kunnen dragen als duurzame boer. Het geeft ze een template die ze kunnen volgen in hun werk. We leren de boeren hoe ze kunnen werken aan schonere productie en betalen ze een premie die we niet doorberekenen aan onze klanten. Dit is een investering die we maken als deel van de duurzame reis die met Kütaş zijn aangegaan. Onze klanten waarderen dat aan ons. Bedrijven vragen ons steeds vaker om duurzaamheid. Het is een trend in ontwikkeling. Je ziet steeds vaker dat je met duurzaamheid je kunt onderscheiden op de markt.”

Wilde oogst

De volgende stap die Gürel voor ogen heeft is om ook de wilde oogst, of ook wel wildpluk, gecertificeerd te krijgen. Sommige Mediterrane kruiden zijn namelijk moeilijk te cultiveren, zoals wilde salie, dat Kütaş oogst in Albanië. “In de transitie naar duurzame landbouw hebben we ook deze wilde oogst nodig. Daarom zijn we erg enthousiast om te horen dat Rainforest Alliance een certificeringprogramma heeft rond wilde oogst. We zouden graag de eerste willen zijn die met deze certificering meedoen. In onze reis naar duurzaamheid zijn we namelijk een van de pioniers op het gebied van kruiden en specerijen. We zijn ambitieus. Naast wilde oogst willen we ook certificering krijgen voor onze andere kruiden en specerijen zoals korianderzaadjes of onze knoflookproducten, die we verbouwen en importeren uit China in onze Europese handelsbedrijf ESS in Antwerpen.”

Lees meer over de duurzame reis van de Kütaş Group: http://kutas.com.tr 

Kazim Gürel, samen met een aantal boeren in Denizli.

MAAS en Moyee werken samen aan eerlijke koffieketen

Drie jaar geleden startte Moyee Coffee met een manier van werken die ongekend was in de koffiesector: FairChain. Bij MAAS vond ze een partner die stond te popelen om deze revolutie in koffieland verder te brengen. Sinds een paar jaar werken beide bedrijven samen aan een eerlijke koffieketen en meer positieve impact in de landen van herkomst. Dat doen ze met Rainforest Alliance gecertificeerde koffie.

Het idee dat de koffieketen wereldwijd beter kan, speelde al langer bij beide bedrijven. Dankzij wereldwijde schaalvergroting en de dominantie van vijf grote handelshuizen is er een keten ontstaan, waarin de landen die de koffie produceren heel weinig verdienen aan hun eigen product.

“Slechts 15 procent van de totale waarde van koffie komt uiteindelijk terecht bij de koffieboeren”, legt Anne van der Veen Chief Coffee Chain bij Moyee Coffee uit. “Alle toegevoegde waarde in de keten, de handel, het branden van de koffie en het verpakken, gebeurt in het Westen. En juist daarmee wordt het meeste geld verdiend. Er is een race to the bottom ontstaan.”

FairChain

Dat moest anders, vond Moyee. Het bedrijf had bij haar oprichting drie jaar geleden als doel om die ongelijke keten te veranderen. “Het klopt niet dat de koffielanden van de jaarlijkse 1 miljard  euro koffie-omzet zo weinig verdienen, maar tegelijkertijd 3 miljard euro aan ontwikkelingshulp krijgen”, aldus Van der Veen. In plaats van 15 tegenover 85 procent wil Moyee toewerken naar 50-50 procent verdeling van de koffieopbrengsten. En dat doet ze door die toegevoegde waarde juist te delen met de lokale economie. In plaats van ongebrande groene bonen te exporteren brandt Moyee Coffee de bonen en verpakt ze lokaal. Zo blijft er meer toegevoegde waarde in het koffieproducerende land. Van der Veen “FairChain is een 50-50 onderneming een lokale ondernemer. Zij verwerken en wij verkopen en de waarde wordt netjes gedeeld. Dit principe is de leidende gedachte bij ons werk.”

Kwaliteitspremium

Naast een duurzaam en eerlijk verhaal is de koffie van Moyee ook nog eens van topsegment kwaliteit, een echte specialty koffie. Het bedrijf stimuleert dat door de boeren een extra premie te betalen voor kwaliteitskoffie. “Ons doel achter de incentive is de race to the bottom om te draaien naar een race to the top van steeds betere kwaliteit. Als de bonen er mooi uitzien en van goede kwaliteit zijn dan betalen we de premie. Daarmee laat je anderen zien dat het loont om kwaliteit te leveren. Het creëert empowerment.”

Impact@Origin

Het verhaal van Moyee past helemaal bij de filosofie van MAAS om verder te verduurzamen. Het bedrijf uit Eindhoven zette een aantal jaren geleden het programma IMPACT@ORIGIN op, waarbij ze net als Moyee permanent elementen uit de waardeketen van West-Europa naar de landen van oorsprong wil verplaatsen. “Wij willen graag laten zien dat het anders kan en dat wij echt impact maken”, vertelt Anette Timmer-Larsen, marketingdirecteur van MAAS. “En hoe belangrijk het is om lokaal in het land van herkomst de extra waarde toe te voegen. We verwerken en verpakken de koffie in Ethiopië, net als onze partner Moyee.” Niet voor niets hielp MAAS mee om de koffiebranderij van Moyee in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië, te financieren. Naast het branden van haar eigen merk Blendstar daar heeft MAAS ook verschillende verpakkingslijnen, opleidingen en logistiek opgezet wat tot extra banen heeft geleid.

https://youtu.be/MTT5UX-P3Gw

 

Eerlijkere verdeling

In die branderij werken inmiddels 25 mensen voor Moyee. Ze verpakken de koffie en zetten deze daarna op transport naar landen als Nederland, de VS, Qatar, Dubai en China. Een groot deel van de koffie wordt ook in Ethiopië zelf verkocht, waar Moyee ongeveer een derde van de markt beheert. En dat heeft succes. “Met ons werk in Ethiopië laten we nu al 45 procent van de opbrengsten van onze koffieketen achter”, vertelt Van der Veen. “Met de groei van het aanbod zal dit uiteindelijk 50-50 worden. Hoe meer kilo’s je verkoopt hoe groter de winst. Per kilo wordt de impact groter. Wanneer de goede prijs-kwaliteitsverhouding werkt, moeten andere bedrijven ook wel meegaan.”

De meeste klanten van Moyee zijn te vinden in het bedrijfsleven. Van der Veen: “We hebben bijvoorbeeld banken en advocatenkantoren als klant. Zij kiezen voor ons vanwege de kwaliteit koffie. We hebben ook NGO’s als Greenpeace als klant. Zij kiezen voor onze koffie vanwege de impact die we hebben met ons werk.” Via MAAS is de Moyee koffie ook te drinken op verschillende universiteiten in ons land.

Rainforest Alliance

Sinds afgelopen zomer is de koffieboerderij, en daaraan verbonden kleinere koffieboeren, waarmee Moyee in Ethiopië samenwerkt, Rainforest Alliance gecertificeerd. “We zijn door MAAS geïnspireerd om te kiezen daarvoor”, aldus Van der Veen. “De certificering heeft onze boeren enorm geholpen. De audits voor de certificering hebben onze ogen bijvoorbeeld geopend over waar je allemaal over moet nadenken bij duurzame koffieteelt. Natuurlijk zijn we in ons werk vooral sociaaleconomisch gericht. Maar je opereert in een keten, en daar wil je zo min mogelijk een negatief impact hebben op het milieu. De belangrijkste waarde in ons werk is de Fairchain, maar we willen doen wat we kunnen en zeker aanhaken bij een duurzamer landbouwbeleid. De race to the bottom gaat immers niet alleen over lonen maar ook over het milieu. We willen het omdraaien en ervoor zorgen dat het een race to the top wordt.  Rainforest Alliance kan ons daarbij helpen. Voor ons is certificering geen doel, maar een middel.”

MAAS werkt al langere tijd met Rainforest Alliance samen voor haar koffiesoorten. Momenteel is het bedrijf samen met theeboeren in Nepal een certificeringstraject gestart om ook duurzame thee te kunnen aanbieden. We willen ons Impact@Origin werk verder uitrollen over andere producten in ons assortiment, zoals thee en suiker”, legt Timmer-Larsen uit. “Rainforest Alliance certificering is een belangrijke stok achter de deur, vooral voor bedrijven die kiezen voor duurzame producten. Als Maas willen wij een stap verder gaan dan alleen certificering. Vandaar dat we werken aan een eerlijke koffieketen.”

Educatie

Een belangrijk onderdeel daarvan is investeren in onderwijs. Moyee en Maas samen aan opleidingen in de landen van herkomst. Van der Veen: “We trekken in Ethiopië gezamenlijk op in een project waarbij we studenten van de Jimma-universiteit inzetten om boeren te trainen. Naast de training van de Rainforest Alliance hoe ze hun landbouw kunnen verduurzamen geven wij hen training over hoe zij hun kwaliteit en productiviteit kunnen vergroten. Het trainen van koffieboeren is een sleutelelement in het programma van Maas. Timmer-Larsen: “De wereld verander je immers niet van de ene dag op de andere. Bij ontwikkeling gaat het niet alleen om er geld in te pompen maar juist om skills bij te brengen. Educatie is heel belangrijk. Zo zorg je ervoor dat ontwikkelingen blijvend zijn.”

Foto’s: Guido van Staveren/Moyee Coffee. 

Echt eerlijke koffie met een groen kikkertje

Een bijdrage leveren aan een betere wereld? Je kan geld doneren aan een goed doel of vrijwilligerswerk doen. De mannen van eek zijn koffie gaan verkopen. Van elke kilo die ze verkopen doneren ze een euro naar een goed doel. Het eerste doel is een lokale school in Guatemala, waar de kinderen van de koffieboeren en hun personeel naar toegaan. Ook is de koffie van eek Rainforest Alliance gecertificeerd. “Wij willen hét koffiemerk zijn waar iedereen blij van wordt.”

Echte, eerlijke koffie. Dat is waar eek voor staat. Sinds begin dit jaar is het via de webshop en bij verschillende bedrijven te verkrijgen. Het idee om daarvoor te gaan ontstond begin 2015 bij een groepje vrienden uit Zeewolde, Flevoland. Een van hen was net terug uit Guatemala, waar hij een jaar had gewerkt en voor het eerst op een koffieplantage kwam.

eek3Hard werken, weinig verdienen

“Toen hij terugkwam wilde hij meer dan alleen maar werken in de IT”, vertelt Rémi Jansen, een van de oprichters van het nieuwe eerlijke koffiebedrijf. “Tijdens zijn tijd in Guatemala had Thomas gezien hoe keihard de mensen op de koffieboerderij moesten werken om uiteindelijk niet heel veel te verdienen”, legt Jansen uit. “Het meeste geld dat verdiend wordt met de koffie komt niet bij de medewerkers en de boeren terecht maar bij de coöperaties en tussenhandel. Hij nam zichzelf voor het anders te doen.”

Met deze ervaring kon Thomas zijn vrienden overtuigen om eek op te zetten. “Een derde vriend van ons, die als barista werkte, kwam er ook bij. We bedachten een naam. Iemand die we via via kennen werkt in de grafische industrie en kon ons helpen met een logo. Toen zijn we onze merknaam gaan registreren.”

Eerlijk en transparant

Voorop stond dat het koffiebedrijf, zoals de naam al aangeeft, eerlijk en transparant is.

Rémi Jansen en Marcel Weijers van eek Coffee.

Rémi Jansen en Marcel Weijers van eek Coffee.

“Als consument kun je er op vertrouwen”, vertelt Marcel Weijers, die sinds 1 september erbij is gekomen. “Er zijn de laatste tijd veel organisaties op het gebied van voedsel slecht in het nieuws gekomen omdat ze niet zo netjes omgaan met normen en waarden. Thomas heeft met eigen ogen gezien hoe er luxe feestjes waren, terwijl de boeren en hun kinderen haast niets verdienen aan de koffieproductie. Echt eerlijk betekent voor ons dat de boeren er ook aan verdienen.”

Ook hebben ze de eekpremie bedacht. Jansen: “Per kilo koffie (omgerekend 1 cent per kopje koffie) doneren we een euro aan een goed doel. Bij ons is het niet zo dat het geld verdwijnt in een grote pot. Wij doneren rechtstreeks aan het goede doel. Onze bijdrage moet iets tastbaars opleveren. We willen er het liefst ook iets voor terugkrijgen, zoals eten voor de kinderen, lesmaterialen, potloden. Binnenkort gaan we onze eerste donatie doen.”

“Uiteindelijk willen we ernaartoe dat we zelf kunnen bepalen van welke plantages onze koffie komt”, zegt Weijers. “Dus direct bij de boer de koffie kopen. Daar moeten we eerst groter voor worden. Zelf importeren is nu nog een brug te ver. We werken nu met goede partners die de koffie inkopen en branden voor ons. We weten dat we de beste kwaliteit koffie hebben.”

rainforest_alliance_130408Rainforest Alliance

In hun zoektocht naar eerlijke koffie kozen ze voor het Rainforest Alliance keurmerk. Jansen: “Rainforest Alliance is voor ons superbelangrijk. Het keurmerk sluit dan ook aan op onze merkwaarde. Naast de eekpremie waarmee we de leefomstandigheden van de lokale bevolking verbeteren, heeft eek respect voor de natuur en een duurzame wereld als kernwaarde. Met dit keurmerk weet je dat de koffie goed is geproduceerd en dat je helpt de biodiversiteit te beschermen. We zijn immers met zijn allen niet zo goed bezig met onze planeet. We willen het toch goed achterlaten voor onze kinderen?

Dat de keuze meteen op koffie uit Guatemala viel was niet geheel onlogisch, gezien de reis van hun vriend Thomas. Uiteindelijk besloten de vrienden ervoor te kiezen om de koffie uit Guatemala te blenden met koffie uit Brazilië. “De Guatemalteekse koffie alleen is net iets te uitgesproken”, vertelt Marcel Weijers, “De combinatie maakte de koffie wat meer toegankelijk. De Braziliaanse koffie is iets zoeter met chocoladetonen, terwijl de Guatemalteekse koffie veel fruitiger is en de blend juist iets spannender maakt. We hebben een half jaar heel veel koffies gedronken om dat te ontdekken. Pas afgelopen december hebben we de eerste productie laten draaien.”

Op dit moment zijn ze bezig met een tweede variant. “Onze Guatemala-Brazilië is een redelijk milde koffie die zowel goed is om een lungo, cappuccino als espresso mee te maken. Toch zijn er veel mensen die van een wat krachtigere koffie houden. Die kant willen we op met de tweede variant. Binnen enkele maanden willen we die op de markt brengen”.

eek1De koffie van eek is niet alleen duurzaam geproduceerd, het is ook van hoge kwaliteit. Weijers: “De Guatemalteekse koffie in onze blend is bijvoorbeeld van SHB kwaliteit, SB staat garant voor koffie die boven de 1350 meter gegroeid is. De eek koffie past bij de huidige trend in het bedrijfsleven, benadrukt Weijers. “We genieten met zijn allen steeds meer van kwaliteitskoffie. Steeds vaker hebben mensen een bonenmachine thuis, waarmee ze variëren met verschillende koffiesoorten. Ook op het werk is dat het geval. Werknemers vinden goede koffie zelfs belangrijker dan de lunch op kantoor, was de conclusie uit een onderzoek dat in opdracht van een groot koffiemerk werd gedaan.

Koffie is voor steeds meer mensen een ontdekkingsreis. Meijers: “Wij willen hen met eek begeleiden op die reis.” Dat is onze missie: koffiedrinkers op verantwoorde en duurzame wijze laten kennismaken met specialty coffee.”

Meer weten over eek Coffee? Bezoek de website. Meer weten over wat Rainforest Alliance doet op het gebied van koffie? Kijk eens op onze vernieuwde website: www.rainforest-alliance.org.