Wanneer je eenmaal buiten de toeristenplaatsen komt, laat Lanzarote haar echte gezicht zien. Witte dorpjes, palmbomen, bergen, vulkanen en heel veel cactussen. We zijn dan ook niet ver van de Afrikaanse kust, waarvandaan veel zand uit de Sahara komt overgewaaid. Ik ging op onderzoek uit en verkende het eiland. 

De maan. Dat is het eerste waar je aan denkt, wanneer je midden in de lavavelden van Lanzarote staat. Grillige zwart-grijze brokstukken tot aan de horizon met daarin opengebarsten vulkaantoppen en af en toe een palmboom. Voor de een werkt het desolate landschap inspirerend. Voor de ander is het juist een verschrikking. Bovenal is het indrukwekkend.

Als je Canarische eilanden zegt, denk je bijna automatisch aan chartervluchten volgepakt met Hollanders, Duitsers en Engelsen op zoek naar de zon. Aan grote hotel- en appartementencomplexen met all-inclusive arrangementen. Aan Piet Friet, Ierse pubs, Duits eten op het menu en aan karaoke-bars. Wat moet een wereldreiziger in zo’n oord? Ondanks dat Lanzarote een van de kleinere van de zeven Canarische eilanden is, wordt ook hier het leven van haar inwoners, de Conejeros, voornamelijk bepaald door het toerisme. Zeker in de drie resorts van het eiland, Puerto del Carmen, Costa Teguise en Playa Blanca, is er op de stranden en duikscholen niet zo veel te vinden voor de reiziger, die Lanzarote wil echt leren kennen. Behalve goedkope accommodatie dan.

Nee, wie Lanzarote en haar indrukwekkende natuur goed wil leren kennen moet zelf op pad gaan. Met een gehuurd autootje bijvoorbeeld. Voor 16 euro per dag kun je al een Opel Corsa huren. De benzine is, omdat de eilanden belastingvrij zijn, ongeveer twee keer zo goedkoop als bij ons. Over het eiland zijn ook wandelpaden uitgezet. Neem in ieder geval genoeg water en proviand mee.

Haar echte gezicht

Als je eenmaal buiten de toeristenplaatsen komt, laat Lanzarote haar echte gezicht zien. Witte dorpjes, palmbomen, bergen, vulkanen en heel veel cactussen. We zijn dan ook niet ver van de Afrikaanse kust, waarvandaan veel zand uit de Sahara komt overgewaaid. Rijdend over de kleine weggetjes zie je de beroemde wijnranken van La Geria, die in kuilen, tussen het lavazand en rotsen, veilig voor de altijd waaiende Atlantische wind groeien. Ze produceert een wijn met een weerbarstig karakter, die misschien niet kan tippen aan de Franse en Spaanse toppers, maar erg goed smaakt tussen de vulkanen op het eiland. In de wijnvelden en de witte dorpjes zie je oude Canaries in traditionele kledij en met verweerde gezichten op de bankjes zitten. Kijkend naar de buitenlanders, die in hun gehuurde autootjes door hun dorpjes heen scheuren. Het zijn afstammelingen van de oude Guanches, de oorspronkelijke bevolking van de Canarische eilanden.

Toen de Europeanen de eilandengroep ontdekten, kwamen ze in contact met dit volk van blonde sterke mensen, die in de stamverband leefden en onderling nogal eens strijd met elkaar hadden. Opmerkelijk was dat ze omringd door de blauwe oceaan, nooit een boot ontworpen hadden. Ze leefden dan ook niet van de visvangst, meer van schelpdieren die ze tussen de rotsen vingen. Volgens sommigen maakten de Canarische eilanden lang geleden, samen met andere eilanden als de Azoren, Madeiren en Kaapverdische eilanden, deel uit van het legendarische rijk Atlantis. Het rijk dat door natuurkrachten ten onder ging (vulkanen!) en zeer ver gevorderd was in kennis van natuurkunde en wiskunde. De mysterieuze Guanches zijn dan ook volgens deze theorie, de afstammelingen van de inwoners van Atlantis. Volgens anderen waren ze verwant aan de Noord- Afrikaanse berbers of nakomelingen van Keltische zeevaarders.

Welke historie dan ook bij dit mysterieuze volk hoort, er zijn weinig sporen meer van de Guanches op Lanzarote. Het enige dat nu nog herinnert aan deze oorspronkelijke bewoners zijn de plaatsnamen van de dorpjes en stadjes waar je door heen komt: Tequise, Yaiza, Tahiche, Tías, Guime. Met de verovering van de eilanden door de Spanjaarden, verdween de Guanche-cultuur geheel binnen enkele eeuwen. Toch is er nog steeds een grote trots onder de Canarios. Een trots die in de ‘nationale’ driekleur geel, wit, blauw terugkomt. Spanjaarden van het vasteland worden godos (Gothen) genoemd en er is zelfs een beweging die naar onafhankelijkheid streeft van de autonome regio die de eilandengroep nu is. De enige echte koloniale historie is te vinden in de oude hoofdstad Teguise. Dit stadje heeft een klein pittoresk centrum, met kleine witte straatjes, een plein afgewisseld door palmen en prachtig vergezicht. De enige tijd, dat je er beter niet kunt komen, is tijdens de beroemde zondagsmarkt, wanneer vanuit de resorts de toeristen op zoek gaan naar souvenirs. Je kunt dan haast niet meer lopen door het centrum.

Het binnenland van Lanzarote. Foto: Pieter Verbeek.

Het binnenland van Lanzarote. Foto: Pieter Verbeek.

Alledaags Lanzarote

Maar buiten deze dag is Teguise een gewoon stadje, waar het leven doorgaat ondanks de toerisme. Juist door dit alledaagse, leer je het echte Lanzarote kennen. Ver weg van, maar feitelijk toch heel dichtbij het grote toerisme op het eiland. Zoals het kleine visserhaventje in La Santa, waar je de kleine boten binnen kunt zien komen en je je kunt verbazen over de kleine hoeveelheden vis, waarvoor de mannen de ruwe oceaan opgaan. De restaurantjes in het dorp garanderen dan ook echte verse vangst van de dag.

Zoals Caleta la Famara, waar tussen de surfdudes, oude Canarische vrouwtjes in klederdracht lopen en waar je de vissers je maatijd op de rotsen ziet schoonmaken. Het zand tussen de huizen en het uitzicht op de woeste rotskam aan de overkant van de baai geven een beetje een wildwest gevoel. Dit is het Lanzarote, waar het altijd waait, waar de golven en wolken samen een dans opvoeren terwijl je in kleine restaurantjes op vier meter, van waar de golven op de rotsen slaan, heerlijk kunt eten. Meer naar het noordoosten, ligt het haventje van Orzola, waar je de ferry naar het kleinere eiland La Graciosa kunt pakken om echt weg van het gebaande pad te gaan. Op dit eiland kun je echt helemaal één worden met de natuur, of je helemaal tot jezelf komen op één van de kleine strandjes.

Een ander plekje van het gebaande pad af, ligt juist vlak bij het resort Puerto del Carmen. In Playa Quemada aan de zuidkust, heb je ook het strand voor je zelf, kun je kamers huren in oude visserhuisjes pal aan zee en gooien ze in een aantal familierestaurantjes spartelverse vis op de grill.

Hoofdstad Arrecife. Foto: Pieter Verbeek.

Hoofdstad Arrecife. Foto: Pieter Verbeek.

Tussen al deze dorpjes lopen wegen, dwars door bergen, woestijnen en lavavelden heen. Het meest indrukwekkende stuk weg is die tussen Teguise en Haria, midden in de vallei van de duizend palmen. Vergezichten, steile afgronden, woeste rotsen en totaal gekke Spaanse buschauffeurs maken dit tochtje tot een waar spektakel. Na het overleven van deze tocht kun je uitpuffen in Haria, waar het goed vertoeven is op het dorpsplein of in één van de tapas- barretjes. Het vergezicht van Mirador del Rio in het noorden is zonder twijfel het mooiste van het eiland.

Voor het alledaagse Lanzarote, kan je natuurlijk niet heen om de hoofdstad Arrecife. Dit is het werkgedeelte van het eiland, waar ongeveer de helft van de Conejeros woont, een kleine 50.000 inwoners. Met leuke binnenhaventjes en een mooie boulevard is de stad leuk voor een kort bezoek, op weg van of naar andere delen van het eiland.

Grillig eiland

Wat Lanzarote vooral zo bijzonder maakt is natuurlijk haar robuuste natuur. Met slechts een oppervlak van 795 vierkante kilometer, verschilt die nogal per deel van het eiland. Van een echt woestijngevoel, compleet met dromedarissen in de verte, cactusvelden zover het oog reikt, bergen en steile afdalingen en zwarte verlaten stranden tot de lavavelden van het Nationale Park Timanfaya. Deze vuurbergen, Montañas del Fuego, zijn de restanten van enorme zes jaar durende vulkaanuitbarstingen, die van 1730 tot en met 1736 een kleine tweehonderd vierkante kilometer bedekten met lava en as. En zodoende twintig dorpjes voor altijd verstopten. De toenmalige eilandbewoners brachten die jaren door op andere eilanden. De grillige onherbergzame natuur is met niks anders te vergelijken. In een stuk van 5000 hectare liggen dan ook meer dan 25 kraters en ruim honderd vulkaantoppen.

De top van het park, waar een restaurant is gevestigd, is nogal toeristisch, maar op de rustige momenten zeker een moeite waard. Je kan van een gebraden kippetje genieten, die is gebakken op vulkanische hete lucht.
Veel van de echte toeristische bezienswaardigheden zijn ontworpen door kunstenaar Cesar Manrique, die nadrukkelijk zijn stempel achterliet op zijn geliefde Lanzarote. Hij was gevraagd door de eilandoverheid om het toerisme verder te ontwikkelen. Zo stelde hij in dat er geen echte toeristische hoogbouw gebouwd mocht worden en dat alle hotels en appartementen in de traditionele kleuren zijn gebouwd: witte huizen met groen of blauwe deuren en kozijnen. Ook richtte hij een onderaardse grot als kunstwerk en café in. Deze Jameos del Agua zijn ook heel erg toeristisch, maar ook leuk om te bezoeken op een moment als er geen toerbussen buiten staan. Een andere Manrique-attractie, naast zijn bijzondere huis in Tahiche, is de cactustuin in Guatiza. Verder staan er op zowat alle rotondes van het eiland kunstige windmeters.

Playa Papagayo. Foto: Pieter Verbeek.

Playa Papagayo. Foto: Pieter Verbeek.

Snorkelbril

Natuurlijk speelt de zee een belangrijke rol op het eiland. Er zijn verschillende stranden te genieten. Van het rustige kiezelstrand van Playa Quemada, Punta Mujeres, waar langs een pier een klein zandstrand ligt, tot de grote zandstranden van de resorts, waar vooral Playa Blanca opvalt met haar witte zand. Het allermooiste strand is in de zuidwestelijke punt gelegen, Playa Papagayo. Genoemd naar de vele papegaaivissen, die onder het wateroppervlak zwemmen. Het is een kleine baai met blauw helder water. Na een steile afdaling kun je hier jezelf verliezen in het water met je snorkelbril. Op zoek naar octopussen en vissen. De charme, van dit strand en haar buurstrandjes, is dat je hier alleen met eigen vervoer kunt komen.

Lanzarote is zeker op sommige plekken over de top gegaan met haar toerisme. Maar voor wie verder wil kijken wacht een apart wereldje. Een met een dromerige natuur, met kleine dorpjes tussen de grillige bergen, waar je de tijd kunt laten voortglijden in een van de lekkere restaurantjes of op een van de mooie strandjes.

You may also like