Meer vertrouwen tussen overheden dankzij Common Ground

De digitalisering van de maatschappij en overheid vraagt om een andere manier van werken. Overheden moeten meer samenwerken om maatschappelijke opgaven te kunnen realiseren. Ook met uitvoeringsorganisaties zoals Kadaster. Wat hebben Common Ground en Public Ground hen te bieden? Een gesprek met Frank Tierolff en Marcel Reuvers.

Van klimaatverandering, de bouwopgave, een meer inclusieve samenleving tot meer grip op de zorg. Nederland staat voor een aantal hele grote maatschappelijke transformaties, waarbij onderlinge uitwisseling van data tussen overheden essentieel is. De huidige manier van digitaal gegevens uitwisselen verloopt echter nog te traag, is kostbaar en foutgevoelig. Dat maakt het lastig om snel en flexibel in te spelen op de maatschappelijke opgaven. Daarom hebben de gemeenten Common Ground opgezet, een visie waarmee ze onderling de informatievoorziening eenvoudiger, sneller, betrouwbaarder en slimmer willen inrichten.

Leidende principes

Maar leidt dat ook tot betere samenwerking met andere overheden, zoals uitvoeringsinstanties? Frank Tierolff, voorzitter raad van bestuur van Kadaster vindt van wel. “Common Ground past heel goed in de beweging die we al aan het maken waren bij het Kadaster.” Zo was Kadaster betrokken bij een aantal dataprojecten, zoals de bekendmaking van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken(WKPB), waarbij iedereen inzicht kan krijgen in door de overheid opgelegde beperkingen op een stuk grond of een gebouw. Ook werd de uitvoeringsorganisatie gevraagd om het beheer en de ontsluiting van de WOZ-gegevens en andere dienstverlening over te nemen van DataLand en heeft ze samen met het ministerie van BZK, de VNG, CBS en anderen, de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) opgesteld. “Dat heeft elkaar allemaal versterkt”, aldus Tierolff.

“Data bij de bron garandeert dat je op hetzelfde moment naar hetzelfde plaatje aan het kijken bent.”

In de IBDS komen ook de leidende principes van Common Ground weer terug. “Het principe van hoe je met data omgaat past goed bij hoe wij het zien. Data bij de bron is een manier hoe je informatie kunt uitwisselen zonder elkaar die gigantische hoeveelheden data te sturen, die ook weer bij dataleken terecht kunnen komen. Dat zorgt niet alleen voor extra risico’s voor interpretatie, maar ook voor privacy. Als organisatie krijg je een heleboel data die je niet nodig hebt, en bent alleen maar aan het opschalen om maar die performance te garanderen. Data bij de bron garandeert dat je op hetzelfde moment naar hetzelfde plaatje aan het kijken bent. Ook zorgt het ervoor dat alle partijen dezelfde taal spreken, omdat de data bij één dezelfde bron worden opgehaald.”

Het delen van data bij de bron past Kadaster al toe in het project Haal Centraal, waarin Kadaster samen met een paar grote gemeentes basisgegevens voor elkaar toegankelijk maken via data bij de bron, met API oplossingen.

Cultuuromslag

Voor Kadaster is data bij de bron echt een verbetering, vertelt Marcel Reuvers, senior adviseur geo-data assets, bij het openbare register over eigendom en gebruik van vastgoed en ruimte in Nederland. “Als wij data verstrekken komt dat vaak in een andere organisatie in de opslag terecht, waar het nog een keer gekopieerd en nog een keer gekopieerd wordt. We weten als Kadaster dan niet meer wat en wanneer er met de informatie gebeurt. Als je kijkt naar privacy en doelbinding dan is het gewoon heel belangrijk dat we die data verstrekken die voor een bepaald doel nodig zijn, maar dat we ook weten wie welke data waarvoor heeft gebruikt. Op het moment dat de data bij de bron worden opgehaald, hebben we daar zicht op.”
Dat de IBDS data bij de bron nu ook voorschrijft, past volgens Reuvers dan ook bij de ontwikkelingen die Common Ground sinds vier jaar geleden teweeg heeft gebracht. “Ik denk dat er de laatste jaren een hele belangrijke cultuuromslag heeft plaatsgevonden, waarin we elkaar als overheden meer zijn gaan vertrouwen. Je durft informatie van de ander te gebruiken, en gaat ervan uit dat die ander de informatie ook altijd voor handen heeft. Common Ground heeft in ieder geval voor veel hechtere samenwerking gezorgd.”

“De gemeenten zijn voor ons ontzettende belangrijke partners. Het vertrouwen is enorm gegroeid

Omdat dit vertrouwen voorheen minder was en we geloofden in het paradigma van gegevens uitwisselen in berichten en bestanden, sloegen alle verschillende overheden zelf data maar op. Tierolff: “De gemeenten zijn voor ons ontzettende belangrijke partners. Het vertrouwen is enorm gegroeid. Als het gaat om Common Ground, en de verbreding naar Public Ground, hebben we dat echt samen met hen gedaan.”

Met Public Ground moeten dezelfde principes ook gelden voor de andere publieke partijen, waaronder de uitvoeringsorganisaties, legt Reuvers uit. “Zodat je overal die informatie bij de bron kan halen, en niet beperkt bij gemeenten alleen. Als gemeente moet je beseffen dat je een ketenpartner bent, en deel bent van een veel groter netwerk. Bijna elke vraag die je stelt kan ik niet meer beantwoorden vanuit een registratie, het gaat dan altijd over een stukje data die in meerdere registraties zit. Dat is ook de reden dat de leidende principes van Common Ground heel breed omarmd zijn.”

Andere manier van denken over informatievoorziening

Bij Kadaster werkt men druk aan verandering van de organisatie. “Naast een overheidsbedrijf zijn wij ook databedrijf, zo hebben we ons nu ook georganiseerd. Ook wij hebben leidende principes nodig, zoals data bij de bron”, vertelt Tierolff. “Dat hebben we nog niet volledig gerealiseerd, maar dat is wel waar we heen willen. Het is een andere manier van denken over informatievoorziening. Eigenlijk moeten we ophouden met nadenken in systemen, maar nadenken in datadeling. Ik denk dat we dat als overheid steeds meer gaan doen. Systeemdenken beperkt je en de actuele vraagstukken hou je ermee in stand. Met datadeling beperken we ons niet tot het ene of andere systeem. We stellen de data centraal ook al komt die uit meerdere registraties. Dit vraagt wel goede semantische afstemming om integrale vragen te kunnen stellen vanuit de juiste context. Het belang van het afstemmen van begrippen en definities om dit mogelijk te maken krijgt nog te weinig aandacht vinden wij.

“Als je de datadeling goed met elkaar regelt, en de integraliteit toeneemt, neemt de kwaliteit van je besluiten ook toe.”

Er wordt veel over vraagarticulatie gesproken, maar het is ook gewoon corvee. Je moet een aantal dingen doen die niet direct geld opbrengen. Als je straks het geheel goed hebt staan gaat het datadelen vele malen simpeler, actueler en goedkoper. De faalkosten nemen af en je kunt er integraler naar kijken. Ik denk dat dat belangrijk is. Veel van de maatschappelijke vraagstukken gaan over ruimte, over ons terrein. Als je die niet goed integraal in beeld hebt neem je gewoon minder goede beslissingen. Als je de datadeling goed met elkaar regelt, en de integraliteit toeneemt, neemt de kwaliteit van je besluiten ook toe.”

Reuvers gaat verder: “Deze manier zorgt ervoor dat informatie van veel hogere kwaliteit is, niet alleen door actualiteit maar ook door de afstemming onderling, en dat iedereen naar hetzelfde plaatje kijkt. Het is veel bovendien veel goedkoper. Moet je voorstellen wat het kost om continu informatie uit te wisselen die de organisaties allemaal weer moeten inlezen, verwerken, en functionaliteit op moeten bouwen. Nu haal je het bij de bron. Ik denk dat dit echt gaat zorgen voor goedkopere en efficiëntere overheid op datagebied. En de burger? Die krijgt uiteindelijk een beter product.”

Dit artikel is onderdeel van de serie Gamechangers, een serie artikelen over Common Ground op de website van iBestuur.

You may also like