‘Een betere toegang tot water en sanitatie speelt een sleutelrol in de strijd voor gerechtigheid en vrede’, stelt Sylvia Borren, directeur van Greenpeace Nederland. Dat zegt ze in een interview op de website van Simavi.

shapeimage_1Met het verbeteren van de toegang tot veilig drinkwater en schone toiletten zet ontwikkelingsorganisatie Simavi zich in voor de gezondheid van moeders in ontwikkelingslanden. Maar het gaat verder. ‘Een betere toegang tot water en sanitatie speelt een sleutelrol in de strijd voor gerechtigheid en vrede’, stelt Sylvia Borren, directeur van Greenpeace Nederland.

Ontwikkelingssamenwerking

Sylvia Borren, geboren in 1950 in Nederland, en opgegroeid in Nieuw-Zeeland, ontving afgelopen april de internationale vredesprijs van de Internationale Soroptimisten voor haar werk en inzet voor vrouwenrechten. Al sinds 1976 staat dit thema centraal in haar werk. Eerst op het gebied van gezondheidsvoorlichting en later als directeur van Oxfam Novib in ontwikkelingssamenwerking. Ook met thema’s als milieu en klimaatverandering zet ze zich sinds begin 2011 als directeur van Greenpeace in voor vrouwenrechten. “Armoede en schaarste treffen niet alleen vrouwen en kinderen natuurlijk, maar zij zijn wel altijd de eerste en ergste slachtoffers.”

Toch wil je niet spreken van vrouwen als slachtoffers?

“Nee. Ik irriteer me wel aan het beeld dat vaak bestaat van ‘die arme vrouwen.’ Zij zijn juist de motor in hun samenleving. Geef vrouwen een halve kans en ze creëren een belangrijke waarde in de gemeenschap. Maar dan moeten ze wel die kans krijgen.”

En dat kan door te werken aan betere toegang tot water en sanitatie?

“Kijk eens naar het leven van een willekeurig meisje of vrouw in afgelegen gebieden in ontwikkelingslanden. Dan zie je dat ze meer dan acht uur per dag bezig is met water halen, en ermee te werken: wassen, eten maken en schoonmaken. Ze heeft gewoon geen tijd om zich verder te ontwikkelen. Als we kunnen veranderen dat ze geen water meer hoeft te halen en toegang heeft tot hygiënische toiletten, zorg je ervoor dat vrouwen beter vat krijgen op hun eigen leven. Dan hebben ze meer tijd om iets op te bouwen, een studie bijvoorbeeld of meer eigen relaties. Er ontstaat een positieve spiraal. Vrouwen krijgen zo meer de kans te gaan werken, studeren of zelfs in de politiek plaats te nemen.”

Hoe komt het toch dat zo’n onmisbare basisvoorziening als water en sanitatie zo slecht is geregeld?

“Water is in de meeste landen echt het domein van vrouwen. En juist daarom is het vaak zo slecht geregeld. Omdat vrouwen in deze landen een ondergeschikte positie hebben. Dat geldt ook voor sanitatie. Ik heb voor Oxfam Novib heel veel gereisd naar afgelegen gebieden en ben dorpen, scholen en zelfs vluchtelingenkampen, tegengekomen zonder meisjestoiletten of speciale sanitaire voorzieningen. Vrouwen en meisjes moeten dan dus in het veld hun behoefte doen, maar omdat ze niet gezien mogen worden moeten ze vaak wachten tot het donker.’ En dus moeten ze de hele dag hun behoefte ophouden? ‘Ja. Hoe je dat precies doet, is moeilijk voor te stellen. Het leidt tot opstopping en blaasontstekingen. Als je dat doorkrijgt zou je denken dat men er iets aan zou doen maar dat gebeurt niet.”

Vanwege die achtergestelde positie van vrouwen?

“Je kunt de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen onder meer meten aan water en sanitatiekwesties. Dat is bijzonder. Loop een lokaal dorp binnen in een ontwikkelingsland en kijk wat er beschikbaar is aan sanitaire voorzieningen voor vrouwen. Het is een goed meetpunt om te kijken naar de gelijke rechten.”

Gaat het nu eigenlijk beter met de vrouwenrechten wereldwijd?

“Op sommige plekken en thema’s wel, op andere gebieden zakt het juist weer terug. Het besef is groot dat hoe beter je water, sanitatie en voedsel aanpakt, hoe meer je vrouwen een kans geeft om onderwijs te volgen. Daar kunnen ze ook life skills leren. Van hygiëne, hoe je een eigen moestuin beheert tot seksuele voorlichting. Helaas is het onderwerp life skills nog steeds in veel onderwijs een ondergeschoven kindje. Tegelijkertijd gaat het ook slecht met klimaatverandering en de daaruit voortvloeiende honger in sommige delen van de wereld. Daardoor is er weer minder aandacht voor basisvoorzieningen als water en sanitatie. Daar ben ik weer wat pessimistischer over.”

Waar komt jouw passie voor vrouwenrechten vandaan?

“Dat is al terug te traceren tot het grote gezin waar ik opgroeide. Ik heb twee broers boven mij en twee onder mij. Het beeld dat ik lief, maar dom was kreeg ik van hen, aangemoedigd door mijn vader. Ik heb dat in mijn jeugd lang meegedragen. Het idee was dat ik na mijn school naar de huishoudschool zou gaan, totdat uit een test bleek dat ik daar te slim voor was. Mijn zelfbeeld was dus minder dan wat ik aan eigen potentieel in huis had. Toen ik tot mijn eigen verwarring stapelverliefd werd op een vrouw, realiseerde ik me dat ik maatschappelijk gezien helemaal aan de verkeerde kant zat. In Nieuw-Zeeland was mannelijke homosexualiteit toen strafbaar, vrouwelijke homoseksualiteit bestond gewoon niet. Daarom ben ik mijn eigen route gaan volgen. Wat is er aan de hand in deze wereld, vroeg ik mij af? Van een kabbelend middenklasse kind dat waarschijnlijk kleuterjuf zou zijn geworden kwam ik op een heel ander pad terecht. En zo kwam ik in aanraking met het feminisme, daarna met kinder- en migrantenrechten en van daaruit weer met armoede, klimaatverandering en honger. Als je eenmaal de bril van onrechtvaardigheid hebt opgezet dan ben je niet meer te stoppen. Dan ligt er werk voor het oprapen.”

Tekst: © Pieter Verbeek
Foto:  © Greenpeace/Gerda Horneman