‘Dit is hét uitgelezen moment in ons leven om de wereld anders te gaan inrichten’

De generatie die nu als eerste de gevolgen van klimaatverandering voelt, is steeds vaker aan het woord. Toch zijn jongeren nog steeds ondervertegenwoordigd in het klimaatdebat, stelt Maarten Labots, tot 1 november voorzitter van De Jonge Klimaatbeweging. Hij zat samen met de NVDE aan tafel bij het Klimaatberaad. ‘We hebben nog een lange weg te gaan.’

Je heb per 31 oktober je taak als voorzitter neergelegd. Blijf je wel betrokken bij de Jonge Klimaatbeweging?
“Ik werk al 2,5 jaar bij de Jonge Klimaatbeweging, onder meer als marketeer en penningmeester, en dus een jaar als voorzitter. Ik heb dus redelijk de organisatie zien opbouwen. Het is een goed moment om het stokje over te dragen. Er staan acht nieuwe mensen klaar, dus ik leg nu mijn actieve rol neer, maar zal altijd de grootste fan en supporter zijn en op de achtergrond desgevraagd advies blijven geven. Ik heb veel vertrouwen dat het goed komt met de nieuwe mensen.”

Wat drijft jou het meest in je werk voor de klimaatbeweging? Waarover ben je het meest bezorgd? En waarover het meest optimistisch?
“Wat me vooral drijft is om iets te doen aan klimaatverandering. Dat is bijna vanzelfsprekend. Je bent jong, en de klimaatverandering raakt onze generatie. Ik zie de klimaatcrisis vooral ook als een kans om de samenleving en maatschappij opnieuw in te richten. Zoals we rond klimaat omgaan met thema’s als rechtvaardigheid, eerlijke verdeling en solidariteit, zo moeten we ook altijd omgaan met elkaar. Natuurlijk zitten er hele grote uitdagingen aan klimaatverandering, maar het is echt ook een mooie kans om in de samenleving een nieuw systeem te creëren. Dat drijft me heel erg. Juist onze generatie moet moed en lef tonen om dat nieuwe duurzame systeem neer te zetten. Een grote groep jongeren gelooft echt dat het anders kan. Dat is de kracht van onze generatie.”

Komen generaties tegenover elkaar te staan op dit onderwerp?
“Dat geloof ik niet. Zelf zie ik het ook niet zo dat de oudere generaties het voor ons hebben verprutst. Het leidt juist tot meer polarisatie als je zo denkt in plaats van constructief samenwerken. We moeten het samen doen. Ik geloof wel dat onze generatie het voortouw moet nemen. Wij hebben de ambities en de snelheid die nodig is om te veranderen. Dat is kenmerkend voor onze generatie. ”

Heeft de enorme indruk die Greta Thunberg wereldwijd heeft gemaakt je verrast? Wat betekent dit?
“Het is bizar hoe één jongedame teweeg kan brengen dat haar actie navolging krijgt in zoveel landen. Ik ben wel verrast dat één iemand dat zo snel kan bereiken. Tegelijkertijd ben ik ook weer niet verrast. Onze generatie snakte naar een rolmodel, een voortrekker. Greta heeft de inspirerende kracht daarvoor: ze durft te zeggen waar het op staat. Het was tijd dat er iemand op stond die een hele beweging in gang zou zetten. Als je ziet dat meer dan een miljoen jonge mensen wereldwijd hebben geprotesteerd dan is dat heel bijzonder. Allemaal gestart door een paar jonge mensen. Dat is enorm inspirerend.”

Lees het hele interview op de website van de NVDE.

‘De werkgelegenheid van de toekomst moet ook duurzaam zijn’

Een leefbare aarde wil iedereen. Maar wat betekent de transitie naar duurzame energie voor je baan en inkomen? Op 31 oktober organiseren de NVDE en vakbond FNV samen een seminar over goed werkgeverschap bij deze energietransitie. Wat goed werkgeverschap precies is vroegen we Kitty Jong, vicevoorzitter van de FNV. “In de duurzame sector willen we ook duurzame banen. Waar jongeren een bestaan mee kunnen opbouwen.”

Ben je zelf bezorgd over klimaatverandering?
“Zeker. Ik heb vijf kinderen en inmiddels vier kleinkinderen. Voor mijzelf maak ik mij nog niet zo zorgen, maar wel voor deze volgende generaties. Als je ziet wat er al op korte termijn speelt, kan dat ook voor mijn eigen generatie al dingen gaan betekenen. Bijvoorbeeld nu het verhaal rond stikstof, hoewel dat natuurlijk een heel ander verhaal is. Maar vooral moet er iets gebeuren voor de mensen die de klimaatmaatregelen financieel niet trekken.”

Doe je zelf nog iets aan duurzaamheid in je eigen leven?
“Ja. Ik doe wat ik kan. Ik woon in een tamelijk nieuw huis, dat goed is geïsoleerd. We hebben een vereniging van eigenaren met wie we momenteel kijken of we de ketels kunnen gaan vervangen door iets duurzamers. Wat weten we nog niet precies. Ik heb onlangs een inductiekookplaat aangeschaft, we doen de kachel altijd een graadje lager en vliegen zo min mogelijk met vakanties. Mijn auto van de zaak is een hybride.”

Hoe staat de FNV tegenover het Klimaatakkoord? Hebben jullie het Klimaatakkoord bijvoorbeeld getekend?
“Nee, dat leggen we op 8 november aan ons Ledenparlement voor. Een van de belangrijkste breekpunten over het Klimaatakkoord was de uitwerking van het zogenoemde Kolenfonds voor de mensen die werkzaam zijn in de kolenketen. Dat wil zeggen: de kolengestookte energiecentrales, maar ook de kolenopslag en –vervoer. Krijg je lager betaald werk of als omscholing voor jou niet mogelijk is en raak je werkloos, dan wil de FNV dat er nadeelcompensatie komt. Daar hebben we lang voor gestreden. Vanuit de werknemers in de kolenindustrie is daar vier of vijf jaar geleden een actiecomité voor opgezet. Dat de kolencentrales gaan sluiten is onvermijdbaar. Prima, maar zorg dan wel voor een sociale agenda zodat niet hetzelfde gebeurt als destijds met het sluiten van de mijnen in Limburg. Zorg voor iets fatsoenlijks.

Sinds twee jaar zitten wij al aan tafel over het Energieakkoord en later het Klimaatakkoord. We zijn gaan verder gaan praten hierover in SER-verband. Dat leidde tot een rapport dat het idee voor het Kolenfonds ondersteunt, naast andere trajecten voor werknemers uit de fossiele industrie zoals Werk-naar-Werk en inkomensaanvulling. Eind vorig jaar hebben we van SZW de toezegging gehad dat het Kolenfonds er zal komen. Toen is dat in de contouren van het Klimaatakkoord terechtgekomen. De overheid zou haar verantwoordelijkheid nemen en middelen ervoor vrijmaken. Vorige week heeft onze achterban de uitwerking ervan goedgekeurd en nu kunnen we aan de slag. Als het Kabinet hier niet aan mee had gedaan, had ik gevreesd voor de zeshonderd andere afspraken in het akkoord.”

Wat zijn jullie kernpunten bij het Klimaatakkoord?
“De FNV heeft een drieledige inzet. We staan allereerst volledig achter de doelen van Parijs en ondersteunen deze. Op 31 oktober komt er weer een nieuwe doorrekening van het PBL. Ten tweede vinden we dat er een rechtvaardige arbeidsmarkt moet komen na de energietransitie. Er moet een sociale agenda zijn voor mensen die daardoor hun baan verliezen. Met het Kolenfonds hebben we een eerste stap gezet. We moeten er zo voor zorgen dat de werkgelegenheid van de toekomst er goed uit zal zien. Nu word ik daar niet altijd even vrolijk van. In de duurzame energiesector zie je veel arbeidsmigranten werken aan zonnepanelen en windmolens die weinig loon ontvangen en werken onder slechte arbeidsomstandigheden. Dat is niet goed. De arbeidsmarkt van de toekomst moet ook duurzaam zijn zodat jongeren er een bestaan in kunnen opbouwen. Als laatste moet iedereen mee kunnen doen met de energietransitie.

Ook mensen met een AOW, een laag pensioen of uitkering bijvoorbeeld. We moeten echt geen tweedeling krijgen in Nederland. Wij hebben aangedrongen op een stevige passage hierover. Het is niet in het Klimaatakkoord teruggekomen maar wel in de Kamerbrief. We hebben nog onvoldoende geruststelling dat dit goed komt.”

Het seminar op 31 oktober staat in het teken van goed werkgeverschap. Waar komt dat uit voort?
“Eigenlijk omdat Olof van der Gaag en ik aan tafel zaten bij het brede Klimaatberaad en spraken met jonge startups in de groene energie. Die vertelden enthousiast over startups en scale-ups. Toen ik vroeg of ze al aangesloten waren bij een cao wisten ze niet goed wat ze daar mee aan moesten. Ze voldoen aan de wet qua werkgeverschap, was hun antwoord. Vanuit werknemersperspectief vind ik dat van de drie P’s de P van People ook op je personeel moet slaan. Daar is nog wat missiewerk te doen. We willen in de duurzame energiesector ook duurzame banen. Niet alleen maar tijdelijke contracten of banen waar mensen geen zeggenschap over hun werk hebben. Een baan moet volgens ons voldoen aan de Toets van de vier A’s. De arbeidsvoorwaarden moeten fatsoenlijk zijn, het liefst volgens een cao. De arbeidsomstandigheden moeten goed zijn, net als de arbeidsverhoudingen. En de arbeidsinhoud moet goed zijn.

We hebben het vooral over bedrijven die met technische innovatie bezig zijn. Daar moet sociale innovatie een tegenhanger van zijn. Je moet op basis van gelijkwaardigheid kunnen overleggen met je baas. Werk moet niet opgeknipt zijn in klussen die door tijdelijke of oproepkrachten worden uitgevoerd. Denk aan het werk van de postbode. Die deed vroeger alles: post ontvangen, sorteren, overleg plegen erover met collega’s en bezorgen. Nu zijn al die taken opgeknipt. Iedereen heeft een klus gekregen die je dan de hele dag uitvoert. Dat is funest voor de motivatie. En wee je gebeente als je er iets over te klagen hebt. Dan ben je je baan kwijt.”

Wat verwacht je van 31 oktober? Wat hoop je dat er uitkomt?
“Wat ik heel veel zie bij jonge werkgevers is dat ze koudwatervrees hebben richting de vakbond. Ook zijn ze onbekend met het begrip cao en het feit dat er salarisonderhandelingen aan vooraf zijn gegaan. Als vakbond krijgen we niet meer automatisch de jongere generaties mee. We willen ons dus op 31 oktober feitelijk opnieuw voorstellen. Ik hoop verder dat goed werkgeverschap op het netvlies komt van iedereen die aanwezig is. We presenteren samen met de NVDE een onderzoek over wat jongeren hieronder verstaan. Dan kijken we hoe dat strookt met de ideeën van de werkgevers in de zaal.”

Een zorg die vaak wordt uitgesproken is dat we alle plannen rond het Klimaatakkoord en de energietransitie niet kunnen uitvoeren omdat we gewoonweg niet genoeg mensen hebben om het allemaal uit te voeren. Wat kunnen we doen volgens jou?
“Zelf zetten we nu mensen in vanuit bouw, installatiesector en metaalsector, om gastlessen te geven op scholen. Er ligt daarnaast een hele grote rol voor het mbo om aandacht te vragen voor de energietransitie en zelfs ook de fase ervoor, de vmbo. Feit is dat nog niet veel jongeren voor een vak kiezen dat hierbij past, maar ook dat veel opleidingen nog studenten opleiden voor de fossiele industrie. Daar moeten we snel verandering in brengen en curricula aanpassen. We kunnen verder lering trekken uit de arbeidsmarktagenda’s in de zorg en hoe ze daar bezig zijn met zij-instromers. Dat lukt aardig. Tegelijkertijd staat de achterdeur in die sector wagenwijd open.

De werkdruk is hoog, er is weinig zeggenschap over het werk en de arbeidsvoorwaarden zijn soms te mager. Dat is nog steeds niet goed geregeld. Mensen blijven daardoor niet lang werken in de sector. In de groene energiesector zie je misschien nu veel startups waar mensen het prima vinden om lange dagen te maken en altijd te werken. Maar ook zij worden op een gegeven moment dertigers met kinderen, een hypotheek en kinderopvang die ze moeten regelen. Dan willen ze ook een fatsoenlijk loon opbouwen en meer zekerheid. Het is geen kwestie van communicerende vaten. De interesse om aan de ene kant in de sector te werken moet gepaard gaan met aan de andere kant duurzame banen, zodat de mensen er ook echt blijven werken.”

En hoe krijgen we meer vrouwen in de duurzame energiesector?
“Ik denk dat dit een probleem is van de samenleving. De participatie van vrouwen is nog steeds lager dan mannen. Van oudsher werken ze meer parttime. Dat komt onder meer omdat de kinderopvang niet goed is geregeld. Die moet echt goedkoper, makkelijker toegankelijk en flexibeler naar de wensen van werknemers. Dus bijvoorbeeld niet om half zes sluitingstijd. Daar moet echt wat gebeuren van de kant van de overheid. De randvoorwaarden moeten goed zijn. Zo voorkom je dat vrouwen minder gaan werken of stoppen.”

Wat vind je van de NVDE?
“Ik leer jullie eigenlijk net kennen. Ik heb veel contact met Olof van der Gaag met wie ik veel heb opgetrokken, en we hebben vaak dezelfde standpunten. Wat ik vooral erg mooi vind is dat de NVDE zowel voor grote als kleine bedrijven is. Dat is van waarde. Startups kunnen leren van bedrijven die al langer bestaan hoe ze beter met hun werknemers kunnen omgaan .”

Dit interview is gepubliceerd op de website van de NVDE en in de nieuwsbrief.

SUUS, glossy magazine over de energietransitie

Hoezo kan de energietransitie niet leuk zijn? De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) bewijst dat wel met SUUS, het online glossy magazine over de energietransitie. In dit lifestyle magazine vind je verhalen over de energietransitie voor mensen die hier niet elke dag mee bezig zijn. Ik deed onder meer een interview hiervoor met weerbabe Helga van Leur. Met het magazine wil de NVDE een positief geluid laten horen en hoopt dat mensen het leuk vinden om er op deze manier over te lezen en na te denken.

SUUS gaat net als een gewone glossy over wonen, reizen, eten en mode, steeds met een link naar duurzaamheid. Het magazine is gratis en wordt onder andere verspreid via de NVDE-leden en andere organisaties die contact hebben met consumenten over de energietransitie. Naar verwachting bereikt SUUS in de komende maanden miljoenen consumenten.

SUUS is te vinden op www.suus-magazine.nl.