Meertaligheid in je klas? Gaat dat niet ten koste van het Nederlands? En hoe houd je de klas onder controle als je de leerlingen niet verstaat? Er is nog veel onbegrip rond meertaligheid, stelt Marinella Orioni, auteur van meerdere boeken over het onderwerp. En dat komt doordat we het begrip benaderen vanuit het oogpunt van de ‘eentaligen’. Hoe dan ook ontkomen we volgens haar niet aan meertaligheid; het is de toekomst.

Meertaligheid kan allerlei vormen hebben en is steeds meer aanwezig in het klaslokaal, zegt Orioni. Van expatkinderen tot kinderen die met hun ouders zijn gevlucht en in Nederland naar school gaan. Maar ook kinderen die thuis een streektaal spreken of bijvoorbeeld Fries. Op de conferentie Taal en wereldburgerschap in het basisonderwijs? Yes, ja bitte, oui! praat zij leerkrachten en andere aanwezigen bij over uiteenlopende aspecten van meertaligheid.

Cijfers

In 2016 had 22,1 procent van de inwoners van Nederland een migratieachtergrond. In de grote steden als Den Haag, Rotterdam en Amsterdam komt zelfs meer dan 50 procent van de inwoners oorspronkelijk uit een ander land. Deze groep wordt bovendien steeds diverser. Zo heeft Rotterdam inwoners uit 206 verschillende herkomstlanden. Volgens onderzoek van de WRR valt nog maar een derde onder de ‘klassieke’ migrantengroepen, terwijl ongeveer twee derde uit een groot aantal andere herkomstlanden komt. Daarnaast spreken ongeveer 350,000 mensen Fries als moedertaal.

Structurele veranderingen

Onze wereld is steeds internationaler en de samenleving heeft daarom dagelijks en in toenemende mate met meertalige kinderen te maken, legt Orioni uit. We doen buitenlandse contacten op tijdens het studeren of via werk en ook het aantal gemengde huwelijken neemt toe. “Globalisering heeft nu eenmaal structurele veranderingen in onze huidige samenleving veroorzaakt. Waaronder het meertalige kind. Er komt een moment dat eentaligheid tot het verleden hoort. Je ziet nu al in Nederland steeds meer mensen die met twee of drie talen opgroeien. Internationalisering gebeurt op allerlei vlakken.”

Gaat de komst van al die nieuwe talen in het klaslokaal niet ten koste van de Nederlandse taal? Het is een discussie die Orioni vaak voert. “De discussie is erg bekeken vanuit een eentalig oogpunt. Dat een nieuwe taal en een nieuwe cultuur leren kennen zoveel moeite kost. Dat het beter is om alle tijd te investeren in het Nederlands, en dat de tijd die kinderen aan de thuistaal besteden iets afneemt – van de Nederlandse taal en cultuur.”

“Maar dat is niet waar, meertalige kinderen weten niet beter. Het brein is zo ontwikkeld dat het feilloos twee of meer talen kan beheersen. En kinderen die uit een ander land naar Nederland komen, kunnen heel snel Nederlands leren.” Een extra taal is dan ook alleen maar een verrijking, vindt ze.

Lees het hele interview op Nuffic Actueel.