Sinds 2014 helpen studenten van Hogeschool Rotterdam scholieren in Rotterdam-Zuid als mentor, coach en maatje. Het programma Mentoren op Zuid is het grootste mentorprogamma van Nederland. Met budget uit de City Deal Kennis Maken gelden willen de Rotterdamse partners samen met het programma  komen tot een nog bredere inzet. Waaronder uitbreiding naar de noordkant van de stad en meer opleidingsinstituten en studenten betrekken. Projectleider Femke Posthumus van de hogeschool vertelt meer over wat dit inhoudt.

Momenteel doen ruim 1200 studenten van verschillende opleidingen van de Hogeschool en twee klassen van Thomas More Hogeschool mee. De ambitie is dat dit in de toekomst uitgroeit tot tweeduizend. Twintig weken lang brengen deze studenten één uur per week door met een scholier in een van de wijken op Zuid. Aan het programma doen twintig basis- en middelbare scholen mee.

Studiepunten

Met hun werk als mentor verdienen studenten studiepunten. Daarvoor moeten ze onder andere een plan maken waarin ze hun leerdoel(en) vastleggen voor zichzelf. Ook stellen ze samen met hun hun zogeheten mentee, de leerling die ze begeleiden, doelen vast. Dat varieert van het verbeteren van de schoolprestaties, tot het tonen van meer initiatief, het versterken van sociale vaardigheden of leren maken van schoolloopbaan keuzes. “Het is vooral bedoeld voor jongeren die wat extra’s nodig hebben omdat ze in kwetsbare omgevingen opgroeien”, vertelt Posthumus, strategisch relatiemanager van de Hogeschool Rotterdam. “In Rotterdam zijn er best veel jongeren die op achterstand staan. Vooral voor deze groep hebben is dit programma op vraag van en samen met de partners opgezet.”

Wat is het idee achter het inzetten van studenten voor leerlingen?
“De mentoren zijn goede coaches voor de leerlingen. Het voordeel is, ten opzichte van professionele of oudere coaches, is dat ze niet ver van de leerlingen afstaan. Er is geen grote afstand. Daardoor kunnen ze goed als rolmodel dienen. Dat kan leiden tot het vergroten van kansen en verbeteren van studieprestaties, hebben we gezien. Leerlingen behalen betere resultaten, leren beter plannen, verbeteren hun sociale vaardigheden, vinden een bijbaantje en krijgen meer zelfvertrouwen. Het kan zijn dat op bepaalde scholen door deze betere schoolresultaten het rendement hoger wordt, zoals minder afstroom of hoger slagingspercentage in het vo bijvoorbeeld.”

Lees het hele interview op Agenda Stad.