Arbeidsmigrant in kleine kamer. Beeld: VNG.

Gemeenten bieden stabiele omgeving aan dakloze EU-burgers

Meerdere steden in ons land kampen met een groeiend aantal dak- en thuisloze EU-burgers, die veelal als arbeidsmigranten naar ons land zijn gekomen. Sinds eind vorig jaar zijn 6 steden aan de slag gegaan met een pilot voor kortdurende opvang van deze mensen.

Hoeveel dakloze EU-arbeidsmigranten er precies zijn in Nederland is niet helemaal duidelijk. 3 jaar geleden stond de teller op bijna 3000, maar een groot aantal is niet in beeld bij hulpverleners. RTL Nieuws schatte daarom eind vorig jaar het aantal op 6000. Dat is een aanzienlijk aandeel op het totaal aantal daklozen in Nederland, dat volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ruim 26.000 is. Hoe dan ook, het is een groeiende groep, en hulporganisaties luiden de noodklok, waaronder de stichting Barka, het Leger des Heils en De Regenboog in Amsterdam.

Pilot kortdurende opvang

In 2023 is door het kabinet structureel € 65 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de aanpak van dakloosheid. Van deze € 65 miljoen is € 7 miljoen ter beschikking gesteld voor een pilot om dakloze EU-burgers te helpen, die vorig jaar mei is gestart. Naast Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Utrecht doen ook Eindhoven en Venlo mee. De pilot biedt dakloze migranten kortdurende opvang aan, in combinatie met hulp, gericht op terugkeer naar werk of naar het land van herkomst. Doel van de pilot is om best practices op te halen vanuit de gemeenten en beter inzicht te krijgen in wat wel of niet werkt.

Niet alleen probleem van de Randstad

Dakloze EU-migranten zijn niet alleen een probleem van de Randstad. Zo heeft Venlo ongeveer 200 dakloze EU-arbeidsmigranten. Ook Eindhoven merkt dat de doelgroep in korte tijd groeit. ‘Ze komen naar Nederland veelal met het idee dat het leven hier beter is’, vertelt Amber Kloppers, beleidsadviseur maatschappelijke opvang van de gemeente Eindhoven. ‘We hebben vooral overlast in het Centrum en de wijk Woensel Zuid van een kleine groep mensen. Ze hangen op straat, zijn dronken en doen hun behoefte in het openbaar. Ze kwamen terecht bij de centrale inloop om daar te eten, te douchen en een beetje de hele dag te hangen, waardoor ze ook Eindhovense daklozen verdreven.’
Het negatieve beeld dat hierdoor is ontstaan, zet volgens Kloppers de maatschappelijke opvangfunctie van Eindhoven als centrumgemeente onder druk. ‘Bij iedere opvanglocatie die wij willen openen komt nu meer weerstand. Dus we kunnen eigenlijk de maatschappelijke opvang waar wij wettelijk wel toe verplicht zijn minder goed uitvoeren. Tegelijk hebben we ook een verplichting naar onze inwoners toe, namelijk een fijne leefomgeving.’

Paviljoen buiten de stad

Vanuit de pilot vangt Eindhoven in samenwerking met het Leger des Heils sinds december tot eind augustus maximaal 15 dakloze EU arbeidsmigranten op in een paviljoen op het Trade Forum, net buiten het centrum. Hier kan iemand tot rust komen en begeleiding krijgen richting werk of terugkeer naar het land van herkomst. Een verblijf kan enkele dagen, tot in principe 3 maar maximaal 6 weken duren. De opvang is zowel overdag als ’s nachts geopend. Als iemand uitstroomt komt de plek vrij voor de volgende dak- of thuisloze persoon die ervoor in aanmerking komt.

Tot nu toe zijn er 54 dakloze EU-burgers geholpen via de pilot in het paviljoen, waarvan 51 weer zijn uitgestroomd. En dat is best wel succesvol, stelt Kloppers. ‘Driekwart van de mensen stroomt door naar werk of naar land van herkomst. De terugkeer naar het eigen land wordt begeleid door de stichting Barka. Een kwart valt uit. Of omdat ze zelf vertrekken, of omdat ze de pilot uit zijn gezet omdat ze niks doen. Je kunt niet iedereen in die pilot opnemen. Dus je probeert gemotiveerde mensen te krijgen. Maar dat maakt het natuurlijk ingewikkeld. Veel van deze mensen kampen met drank- of drugsverslavingen, of met andere problemen.’
De pilot past bij de ambities van Eindhoven om meer zicht op EU-arbeidsmigranten krijgen. In december heeft de gemeente daarvoor een overkoepelend plan van aanpak vastgesteld, met 6 actielijnen. Die moeten bijdragen aan het verbeteren van de woon- en werkomstandigheden van EU-arbeidsmigranten in Eindhoven.

Een woning in Lombok

Ook in Utrecht kennen ze het probleem van dakloze EU-arbeidsmigranten, vertelt Marja Manders, projectleider Aanpak kwetsbare dakloze EU-arbeidsmigranten van de gemeente Utrecht. Op de locatie Stadsbrug van hulporganisatie De Tussenvoorziening heeft de gemeente sinds november 2022 20 plekken voor deze doelgroep ingericht in de nachtopvang. ‘We breiden nu uit met een extra slaapzaal waar maximaal 10 vrouwen kunnen slapen. Daarnaast hebben we een woning in de wijk Lombok, waar 24-uurs begeleiding is en maximaal 5 mensen kunnen wonen. Het gaat vaak om kwetsbare mensen die op zoek zijn naar werk en huisvesting of willen terugkeren naar land van herkomst.’
Om hier te kunnen overnachten is, net als in de Eindhovense opvang, wel de voorwaarde, dat je actief meewerkt aan je herstel, legt Manders uit. ‘We geven mensen de gelegenheid om op de been te komen, maar dan moeten ze actief aan hun herstel werken en naar werk en huisvesting zoeken of uitzoeken hoe ze kunnen terugkeren naar het land van herkomst. Daar begeleidt de stichting Barka hen bij. Het gaat echt om mensen die wegens waardeloze arbeidscontracten, waarbij huisvesting vaak inclusief was, in één keer alles kwijt zijn geraakt. Een deel van hen kan er zelf weer bovenop komen, een ander deel heeft geen sociaal netwerk in Nederland of kampt met andere problemen. In het huis krijgen ze de kans om in een stabiele omgeving alles weer op een rij te krijgen.’

Stabiele omgeving

Want een dak boven je hoofd is het eerste wat de doelgroep nodig heeft, stelt Manders. ‘Als je dakloos bent kom je het snelst er weer uit als je kan herstellen in een stabiele omgeving. Voor de groep EU-arbeidsmigranten op straat hadden we die 24-uursopvang nog niet.’ Tussen november en januari zijn er 6 mensen duurzaam het huis weer uitgegaan, die een woning en werk hebben gevonden in Nederland. Op de Stadsbrug zijn in 2023 bijna 250 dakloze EU-burgers opgevangen, waarvan minimaal 100 duurzaam zijn uitgestroomd met begeleiding. Deze groep zet ook in Utrecht de maatschappelijke opvang onder druk, stelt Manders. ‘Utrecht moet 3000 mensen opvangen in diverse opvanglocaties. Dat zijn asielzoekers, ongedocumenteerde mensen, Oekraïense vluchtelingen, mensen uit zogeheten veilige landen, dakloze Nederlandse mensen, en dus ook dakloze EU-arbeidsmigranten. Met de nieuwe taakstelling die we hebben, onder meer door de Spreidingswet, komen daar nog eens 1300 mensen bij. ‘We zien ook steeds meer Zuid-Europeanen. Daarom gaan we strenger kijken naar de binding met Utrecht.’

Reddingsboei

Ook in Utrecht ondersteunt de stichting Barka de dakloze EU-arbeidsmigranten. De van oorsprong Poolse hulporganisatie werkt al sinds 2012 in ons land als reddingsboei voor dakloze mensen uit Midden- en Oost-Europa. De stichting heeft inmiddels al 4 kantoren verspreid over het land. ‘In de pilot helpen wij bij het intakegesprek van mensen voor de pilot, maar ook met trajecten om werk voor ze te vinden’, vertelt Kasia Dojka, coördinator van de stichting in Utrecht. ‘Bij Stichting Barka bieden we mensen die deelnemen aan het pilotprogramma ondersteuning bij het vinden van een baan met huisvesting, hulp bij verslavingszorg en terugkeer naar hun land van herkomst. Elke week komen ze minimaal 2 keer op afspraak bij ons op kantoor om hun kansen op perspectief te vergroten.’

Het succes van de stichting Barka is te vinden in de collega’s, die vaak zelf ook ervaringsdeskundigen zijn, en eerder zelf zijn geholpen door de stichting. Dojka: ‘Mijn collega’s spreken Pools, Bulgaars, Roemeens en Hongaars. Omdat we de taal spreken en cultuurverschillen kennen, kunnen we vertrouwen opbouwen met de mensen op straat.’

Warme overdracht

De stichting begeleidt ook mensen die weer naar hun eigen land willen terugkeren. ‘Ook daar zetten we ervaringsdeskundigen die samen met sociale assistenten werken voor in, zowel hier als in land van terugkeer. In Polen wonen ze in woon- werk gemeenschappen van de Stichting Barka. Het mobiliseren van mensen voor terugkeer is een heel lang traject, het gaat echt om vertrouwen opbouwen. We helpen ze terug te keren naar familie, naar de woongemeenschappen, maar ook naar afkickklinieken in eigen land, of naar psychiatrische instellingen of ziekenhuizen. Voor ons is het belangrijk dat er een warme overdracht is. Dat mensen goed terechtkomen op een plek waar de zaken goed georganiseerd zijn. We willen niet dat ze van de straat hier daar ook weer op straat belanden.’

Lees het artikel op de website van VNG.

You may also like