Sociale veiligheid ambtenaren kan beter

Ambtenaren moeten een plek hebben waar ze veilig misstanden kunnen melden die ze tegenkomen in hun werk. Dat dit nodig is, bleek maar weer uit de WODC-affaire, waar een klokkenluider en twee vertrouwens­personen werden afgeluisterd. Hoe kunnen we ze beter beschermen?

Van informatie achterhouden tot uitkomsten van rapporten aanpassen. Een op de zes ambtenaren wordt regelmatig door leidinggevenden onder druk gezet om niet-integer te handelen, concludeerde de vakbond FNV vorig jaar in een onderzoek. Dit kan leiden tot psychische klachten. Ook voelen ambtenaren zich in hun professionaliteit aangetast, worden cynisch of gaan met minder plezier naar hun werk.

WODC-affaire

En als ze er dan wat aan willen doen, lopen ze vast in de organisatie of tegen andere problemen aan. Het overkwam een ambtenaar van het ministerie van Justitie en Veiligheid in de zogeheten WODC-affaire. Deze zaak barstte los in 2017 toen televisieprogramma Nieuwsuur bekendmaakte dat ambtenaren van Justitie hadden geprobeerd zich te bemoeien met de uitkomsten van een onderzoek naar het Nederlandse drugsbeleid van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Sprak minister Ferdinand Grapperhaus eerst nog lof over de klokkenluider. Later werd zij, samen met twee vertrouwenspersonen en de integriteitscoördinator van het ministerie, meerdere malen afgeluisterd door de rijksrecherche. Tegen de lekkende ambtenaren werd aangifte gedaan.

‘Dat is voor mij, en de FNV, te gortig,’ reageert Yntse Koenen, bestuurder bij FNV Overheid. ‘We leven niet in de voormalige DDR. Daarom hebben we de minister expliciet gevraagd om beter te kijken naar de wettelijke bescherming van de vertrouwenspersonen. Als je als overheid integriteit hoog acht, moet je ook waarborgen dat mensen klachten en misstanden kwijt kunnen.’

Onafhankelijke integriteitscommissie

Nu is er een onafhankelijke integriteitscommissie aangekondigd bij het ministerie. Koenen noemt het een eerste stap naar de noodzakelijke vernieuwing van het integriteitsbeleid bij de overheid: ‘We hebben afgesproken dat we een paritaire onafhankelijke commissie opzetten met één lid voorgedragen namens de vakbonden én departementale ondernemingsraad, één lid namens de werkgever en een onafhankelijke voorzitter die door beide partijen wordt gedragen. We zijn daarvoor nu in de hoogste schaal aan het werven. De advertentie stond in de landelijke dagbladen. We hopen echt mensen met statuur en gezag te vinden, van het kaliber Van Vollenhoven en Joustra. Belangrijk ook is dat er een onafhankelijk secretariaat komt. Dat wordt ondergebracht bij het CAOP. Straks kan een ambtenaar dus bij het vermoeden van een missstand of een klacht meteen naar de commissie stappen, in plaats van naar een leidinggevende. En daar gaat het bij de FNV om: de sociale veiligheid van de ambtenaar. Die moet zich veilig voelen om tegenspraak te kunnen geven en discussie te kunnen aangaan met leidinggevenden. De nieuwe commissie gaat ook over klachten en bejegenings- en omgangsvormen van leidinggevenden. Dat sluit aan bij ons onderzoek, waaruit bleek dat een op de zes ambtenaren onder druk wordt gezet. Het is echt een nieuw instrument. We zijn er heel blij mee.’

Lees het hele artikel in de special Publieke Professional van magazine Publiek Denken.

Wijkgericht werken vraagt nieuwe skills van ambtenaren

Wijkgericht werken staat steeds hoger op de agenda bij gemeenten. Dat betekent niet dat alle ambtenaren in de gemeentelijke organisatie ermee bekend zijn. Hoe zorg je ervoor dat je in gezamenlijkheid de relatie tussen gemeente en wijk versterkt?

Wijkgericht werken is niet meer weg te denken in Venlo, vertelt Leon van der Elsen, stadsdeelmanager voor de wijk Venlo-Oost. ‘We gaan er steeds meer naartoe dat we als gemeente anticiperen op de wensen van de samenleving. In de wijk komen gemeentelijke taken samen en kun je oplossingen bedenken mét inwoners. Dat vraagt wel een andere manier van denken van de gemeente. Waar doe ik het voor?’

Als wijkambtenaar loopt Van der Elsen soms aan tegen de starheid op het gemeentehuis. ‘De gemeente Venlo is een organisatie met duizend medewerkers. Daar zijn regels en protocollen voor nodig. En die zijn nu eenmaal een stuk starder dan de dynamiek van de samenleving. In stapjes zijn we nu bezig om deze systeemwereld beter te laten aansluiten op de leefwereld.’

Een voorbeeld in Venlo is de uitbreiding van de buitenruimte rond een oud klooster. De stichting voor persoonlijke ontwikkeling die er zit, wil de buitenruimte aanpakken. Het parkeerterrein is nu van zand en moet geasfalteerd worden en de moestuin uitgebreid. ‘Als stadsdeelmanager heb ik niet de specifieke informatie in huis, dus ik moet collega’s benaderen op verschillende afdelingen,’ vertelt Van der Elsen. ‘Van parkeren, asfalt, groen tot cultureel erfgoed. Het is enorm lastig om iedereen tegelijk hierover aan tafel te krijgen, of om iemand te vinden binnen het gemeentehuis die dit coördineert. Het lukt steeds beter, maar het blijft een hell of a job om dat voor elkaar te krijgen.’

Lees het artikel in de special Publieke Professional van magazine Publiek Denken.

RES-regio’s vooral een overheidsfeestje

Over 11 jaar moeten we in Nederland een CO2-reductie hebben van tenminste 49 procent ten opzichte van het jaar 1990. Daar is samenwerking voor nodig van alle betrokken partijen. Van overheid en bedrijfsleven tot bewoners. Op decentraal niveau moet die samenwerking vorm krijgen in de RES-regio’s. Maar vooralsnog blijkt het vooral een ambtelijke aangelegenheid te zijn.

Dertig regio’s in ons land zijn aan de slag gegaan met een Regionale Energiestrategie (RES) om het Klimaatakkoord decentraal uit te voeren. Alleen Zeeland heeft daar momenteel als enige een concept van klaarliggen. ‘Er gebeurt veel rond de energietransitie maar je ziet dat op lokaal niveau gemeenten de opgave nog niet voor elkaar krijgen,’ vertelt Donald van den Akker, projectleider bij Platform31 en een van de onderzoekers van het onderzoek Regionale Energie Strategieën (RES) als motor van de energietransitie, dat afgelopen zomer verscheen. Platform31 keek in het kwalitatieve onderzoek naar de vier verschillende energieregio’s Friesland, Holland Rijnland, U16 (Utrecht en omstreken) en Zuid-Limburg. ‘We wilden onderzoeken hoe we nu precies met de RES willen werken. Het moet geen papieren tijger worden maar we moeten er echt wat mee doen. Welke capaciteit, kennis en competenties hebben de partners in deze regio’s nodig voor een werkende Regionale Energiestrategie? En worden alle partijen wel in een vroeg stadium betrokken?’

Nee dus. Uit het onderzoek blijkt dat de woningcorporaties en energiecoöperaties nauwelijks nog een rol spelen bij de vorming van de Regionale Energiestrategieën. Ook zou de capaciteit ontbreken. ‘De RES blijkt op het moment vooral een ambtelijke aangelegenheid te zijn, waarvoor ambtelijke capaciteit is vrijgemaakt,’ luidt een van de conclusies. ‘Je leest in de plannen dat vanaf het begin alle partijen worden betrokken, maar uit ons onderzoek blijkt de RES toch vooral een overheidsgebeuren te zijn,’ vertelt Van den Akker. ‘Netbeheerders zijn nog wel enigszins aangehaakt, met hun engagement en investeringen in de infrastructuur, maar individuele woningcorporaties en energiecoöperaties staan in dit stadium nog op afstand. Het lijkt alsof de overheid eerst zelf haar zaakjes op orde wil krijgen, voordat ze andere partijen erbij haalt. En dat is eigenlijk tegenovergesteld aan de tekst van het Klimaatakkoord en waar de RES vandaan komt. Die is ontstaan uit een Green Deal die juist van onderop is opgezet. Kortom, wat ooit als bottom-up is opgezet is nu een top-down strategie geworden. Het zal uiteindelijk wel ergens in het midden eindigen.’

Lees het hele artikel in de special Groen Akkoord van Publiek Denken.