Momenteel werkt één op de zeven mensen in Nederland in de zorg­sector. Als we doorgaan met de zorg zoals we nu doen, wordt dat straks één op de vier. Dat is niet realistisch, we hebben die mensen immers ook nodig in andere sectoren. Tijd dus om de sector slimmer te organiseren. De nodige digitale transformatie gaat echter niet vanzelf. ‘Voor de juiste zorg op de juiste plek moet ook de informatie op het juiste moment op de juiste plek zijn.’

Van oudsher is de zorgsector altijd in silo’s georganiseerd geweest. De patiënt gaat van silo naar silo, doet daar telkens weer een intake en zijn gegevens worden daar bewaard. Nu is er een beweging ontstaan waarbij de zorg georganiseerd wordt als netwerk om de patiënt heen. Ondersteund door slimme technologie daaromheen ontstaan er efficiëntere manieren van werken. Dat vergt dat informatie overal in dat netwerk beschikbaar is.

Telemonitoring

Zo heeft bijvoorbeeld telemonitoring al een vlucht genomen, onder andere bij hartfalen en COPD. Waar de patiënten voorheen steeds voor controles naar het ziekenhuis moesten, kunnen ze nu op afstand vanuit hun eigen woonkamer worden gecontroleerd. Via beeldbellen is er dan contact met de specialist. Ze hoeven dus minder vaak naar het ziekenhuis, en omdat je er eerder bij bent zijn er ook minder spoedgevallen.

Dat het werkt, blijkt wel uit het initiatief van Zilveren Kruis met een digitale cardioloog, genaamd HartWacht. De patiënten die deze gebruiken sturen hun eigen gegevens over bloeddruk, hartslag en hartritme door naar cardiologen en verpleegkundigen, die, als het nodig is, direct contact kunnen opnemen om bijvoorbeeld de medicatie aan te passen. Nu, na het eerste jaar, maken de patiënten al 70 procent minder gebruik van spoedeisende hulp. Het aantal spoedritten met de ambulance in de regio zakte dan ook met 30 procent. Telemonitoring werkt ook voor professionals. Via een bril met camera kunnen artsen in een ziekenhuis bijvoorbeeld wijkverpleegkundigen bijstaan bij wondverzorging.

Incontinentieluier

Een ander voorbeeld is de slimme incontinentieluier die voorzien is van draadloos verbonden sensoren. Deze sensoren monitoren continu het verzadigingsniveau van de luier. Dit stelt medewerkers in staat om cliënten precies op het juiste moment te verschonen. Hierdoor hoeven bewoners niet meer in een nat bed te liggen, terwijl het aantal onnodige verschoningen kan worden beperkt tot een minimum. Voor de verpleegkundigen scheelt het enorm veel werk, maar liefst 28 procent tijdsbesparing, aldus de fabrikant. Ook zijn er veel minder natte bedden op de afdelingen – maar liefst 73 procent – en neemt het aantal verschoningen af met 30 procent. De zorgkosten zijn daarmee 20 procent lager geworden. Inmiddels maken vijftien zorginstellingen al gebruik van de luiers.

Lees het hele artikel in de special iSamenleving van Publiek Denken.