Persvrijheid is geen vanzelfsprekendheid

Op 3 mei, de Internationale Dag van de Persvrijheid, publiceert RNW Media, in samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken en de UNESCO Jongerencommissie een eerste animatie over persvrijheid. Daarmee geeft RNW Media een sneak preview van een online lespakket waar het voortgezet onderwijs later dit jaar mee aan de slag kan gaan.

 In 1993 verklaarde de Verenigde Naties 3 mei tot World Press Freedom Day. Aandacht voor persvrijheid is hard nodig; één derde van de wereldbevolking woont in een land waar vrijheid van met name onafhankelijke media ver te zoeken is.

 Persvrijheid in het Nederlandse klaslokaal

In Nederland lijkt persvrijheid de normaalste zaak van de wereld. Jongeren voelen zich dan ook weinig betrokken bij dit thema en op school wordt er maar beperkt aandacht aan besteed. Met de animatiefilm wil RNW Media jongeren bewust maken van het belang van persvrijheid en van het gevaar waar veel (jonge) mediamakers in landen waar persvrijheid in het geding is, mee te maken krijgen.

De op 3 mei gelanceerde korte animatiefilm is een sneak preview van een breder lespakket voor middelbare scholen dat ook toegankelijk zal zijn voor jongeren buiten Nederland. Het is ontwikkeld in samenwerking met de Nederlandse UNESCO jongerencommissie en zal bestaan uit verschillende animaties, video’s van journalisten in de landen waar RNW Media werkzaam is, en verwerkingsopdrachten. Het online lespakket wordt aangeboden aan docenten maatschappijleer en verspreid via ruim 11.000 zogenaamde UNESCO scholen in 182 landen.

Persvrijheid wereldwijd

Overal zijn digitale media de moderne vorm voor menselijke interactie en het delen van informatie, vooral voor en onder jongeren. Nu de media steeds meer worden bedreigd, moeten we hen beschermen en ervoor zorgen dat ze zo inclusief, zo veilig en constructief mogelijk zijn. Daarom brengen we ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Persvrijheid de stemmen van de media makers, bloggers en vloggers naar beleidsmakers. Dat doen we met:

  • Video’s van bloggers – 4Voices4Freedom
    Op social media deelt RNW Media op 3 mei de eerste van een serie video’s, genaamd 4Voices4Freedom, van bloggers in landen waar persvrijheid beperkt is. Lemien Sakalunga uit Congo DRC vertelt over het effect van de drie weken durende internet shutdown en hoe hij zijn werk voor bloggerscollectief Habari, met gevaar voor eigen leven doet. In een andere serie op social media, genaamd The Humans of Press Freedom, delen journalisten hun ervaringen.  Dit is een samenwerking van Humans of Amsterdam, het ministerie van Buitenlandse Zaken en RNW Media.
  • Onderzoek naar persvrijheid
    RNW Media start op 3 mei tevens een onderzoek onder mediamakers, bloggers en online journalisten in landen waar persvrijheid onder druk staat om van hen zelf te horen hoe zij beperkt worden in hun werk en wat voor oplossingen zij bedenken. De resultaten van dit onderzoek worden bekend gemaakt tijdens de World Press Freedom Day conferentie op 18-20 oktober en zullen worden gebruikt om te lobbyen bij overheden om het tij te keren.
  • De HagueTalks
    Op 3 mei om 16:00 organiseert RNW Media samen met The Hague Project Peace and Justice de Hague Talk ‘How can we make our voices heard in the time of the Covid-19 crisis?’.  Mediaprofessionals en andere geïnteresseerden zijn welkom om via Zoom mee te praten over persvrijheid in tijden van corona met sprekers als Aya Chebbi (activist, blogger, feminist en Speciaal Gezant voor de Jeugd van de Afrikaanse Unie) en Marietje Schaake (president van de Cyber Peace Institute, oud-Europarlementariër D66). Het event is ook live te volgen op het YouTube kanaal van Hague Talks

Meer internationale talenten blijven in Nederland

Het aantal internationale studenten dat in Nederland blijft na afronding van de studie stijgt. Bijna een kwart van hen (24,7%) heeft zich hier vijf jaar na het afstuderen gevestigd. Van de lichting afgestudeerden uit 2006, vestigden 2.610 zich in Nederland. Voor de lichting afgestudeerden uit 2012 groeide dat aantal tot 3.515. Het hoger onderwijs vormt zo een belangrijke aanvoerroute voor kenniswerkers in Nederland.

Dat blijkt uit een onderzoek van Nuffic naar de stayrate (blijfkans) van internationale studenten. Het is de derde keer dat deze stayrate is onderzocht. In deze editie zijn voor het eerst ook de cijfers beschikbaar van in Nederland studerende, maar over de grens woonachtige internationale studenten. Daarnaast omvat de meting nu grotere groepen afgestudeerden per jaar. In totaal omvatte het onderzoek 85.880 internationale studenten.

Vijf jaar na afstuderen

Om een compleet beeld te krijgen van de stayrate van een grotere groep afgestudeerde internationale studenten, richt het onderzoek zich op een langere periode. Daarom is gekeken naar afgestudeerden tussen de academisch jaren 2006-07 en 2012-13. Daaruit blijkt dat van alle onderzochte internationale studenten, binnen een jaar na de studie iets meer dan de helft weer vertrekt. Met elk jaar dat men langer blijft wordt de kans op uiteindelijk vertrek echter kleiner. Uit de analyse blijkt dat na vijf jaar bijna een kwart is gebleven. Van deze internationale alumni heeft ruim 72 % betaald werk. Dat is vergelijkbaar met de bruto arbeidsparticipatie van de Nederlandse bevolking (2016).

Technische studies

Studenten die afstuderen in studiedisciplines waarvoor op de arbeidsmarkt tekorten bestaan of worden verwacht blijven relatief vaak. Zo blijven er met name uit technische studies relatief veel internationale talenten in Nederland wonen (41% op universiteiten, 26% op hogescholen, in totaal 3.135 afgestudeerden). Ook afgestudeerden met een achtergrond in onderwijs, gezondheidszorg en natuur blijven verhoudingsgewijs vaak.

Randstad en regio Eindhoven

Gemiddeld gezien blijven universitair afgestudeerden vaker in Nederland dan hbo-afgestudeerden. Vooral voor de technische universiteiten is dit het geval. Ze blijven echter niet altijd wonen in de regio waar ze hebben gestudeerd: het gros van de internationale afgestudeerden komt terecht in de Randstad, -vooral Amsterdam is in trek (circa een kwart van het totaal)-, of in Eindhoven.

Belang voor kenniseconomie en schatkist

Het behouden van internationale talenten levert de Nederlandse schatkist geld op. Uit onderzoek blijkt dat tenminste 19% van alle afgestudeerden hun hele leven in Nederland blijft. Dat levert de schatkist jaarlijks €1,64 miljard op. Wanneer Nederland erin slaagt om alle onderzochte afstudeerders die hier na 5 jaar nog zijn, te behouden, levert dat jaarlijks €2,08 miljard op. Hoewel het aantal afgestudeerde internationale studenten jaarlijks toeneemt, neemt het aandeel van hen dat blijft echter af. Van de onderzochte lichting uit 2006 bleef 29,3%. Van de lichting uit 2012 bleef 22,27%. Het merendeel van de onderzochte groep studenten in deze meting studeerde af toen de economische neergang zich vanaf 2008 inzette. Het herstel van de arbeidsmarkt voor hoogopgeleiden zette zich pas vanaf 2013, na de meetperiode, in. Ook is pas toen een programma gericht op binding van internationaal talent van start gegaan onder de naam Make it in the Netherlands.

“Internationale studenten zijn belangrijk voor ons land”, stelt Freddy Weima, directeur van Nuffic. “Omdat ze via de international classroom bijdragen aan de kwaliteit van ons onderwijs. Maar dus ook economisch, omdat zij een belangrijke bijdrage leveren aan onze kenniseconomie en schatkist. Dat vraagt dan wel om goede randvoorwaarden en een sterkere gezamenlijke inzet om talent hier ook echt te houden”.

Meer weten? Bekijk de cijfers op de interactieve dashboard.

Het hele onderzoeksrapport is hier te downloaden.

Lees meer in de media, zoals het AD, Parool, Ad Valvas, Nederlands Dagblad,

Extra geld voor beurzenprogramma’s Nuffic

Minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking investeert via Nuffic €10,1 miljoen extra in beurzen voor 9 landen in Afrika en het Midden-Oosten.

Via Nederlandse onderwijsinstellingen kunnen – vaak jonge – professionals uit deze focusregio’s een studie volgen in waterbeheer, voedselzekerheid, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en rechtstaatontwikkeling.

Het gaat om zo’n 850 extra beurzen binnen de onderwijs- en kennisontwikkelingsprogramma’s Orange Knowledge Programme (2017-2022) en het MENA Scholarship Programme (2017-2019). Een gelijk streefgetal van mannen en vrouwen uit Jordanië, Libanon, Egypte, Irak, Palestijnse gebieden, Ethiopië, Mali, Burkina Faso, Nigeria en Niger kunnen via Nederlandse onderwijsinstellingen een beurs aanvragen voor een korte cursus of een master-opleiding in Nederland.

Het besluit vloeit voort uit de nieuwe beleidsnota ‘Investeren in Perspectief’ voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Daarin krijgen onderwijs en internationale kennissamenwerking een grotere rol, waarbij speciale aandacht is voor (beroeps)onderwijs en werkgelegenheid voor vrouwen en jongeren.

Problemen tackelen door kennis te delen

“Een hele mooie uitbreiding voor onze programma’s” aldus Nuffic-directeur Freddy Weima, “We bieden nu nog meer mensen de kans hun kennis te verbreden en die toe te passen in hun land”. Onderwijs speelt volgens Weima dan ook een cruciale rol in de duurzame ontwikkeling van een land. “In de 66 jaar dat wij onderwijs-ontwikkelingsprogramma’s beheren, hebben wij niet alleen tienduizenden mannen en vrouwen de mogelijkheid kunnen bieden hier te studeren, ook de vele partnerschappen tussen Nederlands onderwijs en onderwijs in de diverse landen hebben gezorgd voor structurele verbetering van het wereldwijde onderwijsniveau.

De mondiale problemen waar we voor staan op het gebied van bijvoorbeeld voedselzekerheid en klimaatverandering kunnen we alleen tackelen als we kennis delen.”

Orange Knowledge Programma

In samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken is Nuffic programma manager van een tweetal kennisontwikkelingsprogramma’s die door het ministerie worden gefinancierd.

Het Orange Knowledge Programma – de geïntegreerde opvolger van beurzenprogramma NFP en capaciteitsontwikkelingsprogramma NICHE – richt zich op kennisontwikkeling en samenwerking tussen Nederlandse onderwijsinstellingen en partners in 52 deelnemende landen. Het programma wordt gefinancierd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken en heeft met de extra funding van € 9,28 miljoen een budget van €194,2 miljoen. Het omvat een groot deel bestemd voor meerjarige institutionele samenwerking. Daarnaast bestaat het uit een individueel beurzenprogramma voor professionals via cursussen en masteropleidingen, op maat gemaakte groepstrainingen en alumni-activiteiten. De looptijd is tot mid-2022.

Gelijkwaardige samenwerking, eigenaarschap, inclusie en aansluiting op de vraag en de arbeidsmarkt in de partnerlanden staan centraal in het programma. De extra financiering komt ten goede aan Jordanië, Libanon, Egypte, Irak, Palestijnse gebieden, Ethiopië, Mali, Burkina Faso en Nigeria. Niger wordt voor het eerst toegevoegd aan de landenlijst. Met de extra funding komen er ongeveer 770 extra beurzen voor korte cursussen (tot maximaal 9 maanden) en 120 voor masteropleidingen. In totaal zijn er in het programma nu zo’n 7770 beurzen beschikbaar voor korte cursussen en zo’n 1500 voor masteropleidingen.

MENA Scholarship Programma

Het MENA Scholarship Programme is een beurzenprogramma voor cursussen en op maat gemaakte trainingen gericht op het versterken van democratische transitie in Algerije, Egypte, Iran, Irak, Jordanië, Libanon, Libië, Marokko, Syrië en Tunesië. Met de extra financiering van € 916.000 zullen 75 extra beurzen voor korte cursussen (minimaal 2 en maximaal 12 weken) voor mid-career professionals uit Irak, Jordanië en Libanon aangeboden worden. De looptijd van MSP is tot mid-2019. In totaal zijn er met MSP ruim 300 beurzen beschikbaar voor korte cursussen.

Het bericht is onder meer opgepikt door het AD, Parool, ANP, het HOP, Reformatorisch Dagblad en De Gelderlander.